Luc Vandromme

acties

Categorie: 1 Page 1 of 26

Uit de reeks: 100 dagen, ik heb blauwe ogen met een pupil.

Uit de reeks: 100 dagen, na de droogte.

Mijn canon. Van Filips de Stoute tot Filip van België. Ook onze leiders hadden bloed aan hun handen.

Vereniging voor West-Vlaamse schrijvers.

Welk boek of welke dichtbundel van een West-Vlaamse auteur heeft je geraakt, heb je erg graag gelezen? Of aan welk boek van een West-Vlaamse auteur bewaar je een bijzondere herinnering?

Ik weet het: wat volgt is oubollig en stoffig. Evident dat er Bart Moeyaert, Lara Taveirne, Jan Vantoortelboom, Peter Terrin, David van Reybrouck, Peter Verhelst en Maud Vanhauwaert zijn. Toch moet ik je meenemen naar de bieten- en maïsvelden. Naar waar Tiegemberg glooit. Waar het huis met het indrukwekkende raam uitziet over het zwerk en het wrochten.
Bij toeval vonden we halverwege de jaren ‘80 een woning in Anzegem. Een oude boerderij naast de Landergemmolen. Twee stadsmensen uit Kortrijk. Een haast antropologische expeditie.

Van waar we tussen de schapen over de veldwegen uitkeken, zagen we het beroemde venster van het Lijsternest. Daarachter had de kolossale Stijn Streuvels geschreven. Het stond bekend dat hij dagelijks tussen de akkers stapte. Honderden keren zouden we dezelfde wegels bewandelen. Ze werkten als een magneet. Ook zijn werk.
Hoe kon het dat iemand zich in het onbenullige Ingooigem met woorden bezighield? Hoe kon een persoon zich tussen het landbouwgeweld wijden aan zoiets onnodigs? Waarom koppig de taal vernieuwen wanneer de Schepping arbeid vraagt?
Ik las de Oorlogsdagboeken uit de Eerste Wereldoorlog en ging overstag. Waar ik voorheen losjes overging, werd iets onomkeerbaars. Wat begonnen was met de grote internationale helden werd iets van dichtbij. Het was mogelijk om op de eigen grond en in de eigen kleine taal te creëren.
Ondertussen hebben we de voet van de heuvel verlaten. Het graan, de maïs en de spruiten verschillen. Wat blijft, is de onverzettelijkheid. De dankbaarheid voor het devies van het grote toonbeeld: ‘Nulla dies sine linea.’

Welke West-Vlaamse schrijver of welk boek van een West-Vlaming ontsnapte volgens jou aan de verdiende aandacht?

Zangers zijn dichters. Vertellers zijn romanciers.
Een boek is een boek. Wanneer de taal wordt gesproken, bestaat ze. Echt.
We hebben geluk met Flip Kowlier, Brihang en Wannes Cappelle. Hun ritmes en melodieën bestendigen. Hun woorden zeggen wie we zijn. Hun klanken zijn ons praten. Direct. Met kabaal en geweld. Muziek van ons hart.
Verhalen gaan breder. Dieper en omvangrijker. Uitvoeriger getuigen ze over onze ziel.
Hierin is hij een reus. Zegsels zoals wij ze alhier bezigen. Schateren en snikken. Echtheid van het dagelijkse. Humor en verdraaiingen. Schellekes en slimme gedachten. Midden in de kern. Merci vader en moeder. Merci kinders en alle gekende volwassenen uit de jeugd. Merci Wouter Deprez. Merci voor jouw boeken. Maar nog een grotere merci voor jouw gesproken literatuur.

Welke mooie zin, alinea, uitspraak, quote… van een West-Vlaamse schrijver vergeet je nooit?

Ik ben slecht in citaten. Wanneer ik ze tegenkom, kan ik genieten. Onthouden is iets anders.
Toch is er die ene zin.

‘Oh la la la.’

Welke levensvreugde en kracht. Welke gebalde verwondering. Welk vertrouwen in het oneindige positieve. Het zijn als geschenk. Het leven dat geleefd mag worden. Met volle energie.
Deze kreet gaat verder dan de diepste levensbeschouwing. Hij is filosofie. Met vier woorden wordt de kern van de literatuur, de poëzie en de hele kunst onthuld. Kan het bestaan in deze tijd, op deze plek, in dit zonnestelsel helderder worden ontrafeld?
‘C’est magnifique’ mag toegevoegd worden, maar het hoeft niet. Iedereen begrijpt deze Franse woorden. Iedereen vormt ze spontaan.
Bedankt Arno. Alle wereldburgers begrijpen jouw wijsheid. Niet alleen als zanger was je een mijlpaal. De toekomstige generaties zullen je blijven citeren.

Welk boek of welke dichtbundel van jezelf (of van een ander) wil je graag aanprijzen aan de lezers?

Natuurlijk is het recentste boek datgene dat het luidst om aandacht schreeuwt. In het nieuwste project is de persoon in zijn jongste zijn aanwezig. Daarin heeft de creativiteit haar laatste vorm aangenomen. Het is duidelijk dat Tussen de dagen op de lezer moet worden losgelaten.
Maar wat dan met Niets verlaat de tijd? Is dat geen beter boek om de auteur te leren kennen? Zijn roots? Zijn stijl? Zijn artistiek zoeken?
Een bijzonder project dat leidde tot verhalen die bedoeld zijn om als monologen op de planken te brengen. Een levensechte reis door de tijd. Een waarachtige familiegeschiedenis van overlevers. Een universele kroniek die twee eeuwen beslaat en uitstijgt uit de West-Vlaamse klei.
‘Op een bepaald ogenblik kun je je levensvragen niet langer ontwijken, dan blijven ze etteren. Doe je dit niet, dan ben je verplicht om je moed te vergaren.
De strijd aangaan. Met durf, dapperheid en kracht.
Onderzoeken leidt tot onverwachte en vaak ongewilde resultaten.
Je moet ontwarren en het raadsel in de ogen kijken.
‘Wie ben ik? Van waar kom ik? Hoe komt het dat ik ben zoals ik ben?’
Genen worden van generatie op generatie doorgegeven. Telkens wijzigen ze een beetje, maar in hun kern blijven ze quasi identiek.
Welke sporen zijn er bij mijn voorouders te vinden? Karaktertrekken. Talenten. Levenskeuzes. Zaken die een licht werpen. Die, wanneer je ze bundelt, mezelf kunnen voorspellen?
Dit is geen kroniek over koningen, veroveraars, legeraanvoerders of vrome heiligen. Het is het verhaal van eenvoudige lieden. Mijn voorvaderen.
Ik heb hun lijn gekozen. Een man zoekt zijn mannelijke eigenschappen. Hoewel ze minstens even cruciaal zijn, komen mijn voormoeders zijdelings in beeld. Behalve wanneer ze de dochter is van iemand die de geschiedenis fout inschat.
Zoals in elke familie het geval is, kende de onze gewone en bijzondere personen. Grote en kleine zielen. Reislustige avonturiers. Ondernemers. Landarbeiders. Kunstenaarsharten. Liefhebbende echtgenoten.
Ze groeiden op. Droomden. Hadden lief. Zondigden. Stichtten. Overwonnen. Zochten vervulling.
In hun tijd. Tijdens hun wentelen van de wereldgeschiedenis. Tijdens oorlogen en periodes van onbezorgde voorspoed.’

Brugge leest

Het omgekeerde interview met auteur Luc Vandromme

2 juli 2025

Toen ik Tussen de dagen, het laatst verschenen boek van Luc Vandromme las dacht ik dat een interview voor Brugge Leest wel op zijn plaats zou zijn. Maar online was reeds zoveel te vinden dat ik mij afvroeg of een verrassend interview nog wel mogelijk was…

Tekst: Griet Deconinck

Wat is een omgekeerd interview?

Toen ik Tussen de dagen, het laatst verschenen boek van Luc Vandromme las dacht ik dat een interview voor Brugge Leest wel op zijn plaats zou zijn. Maar online was reeds zoveel te vinden dat ik mij afvroeg of een verrassend interview nog wel mogelijk was..

Dus ik dacht laten we de rollen dan even omkeren. Wat als we de creatieve duizendpoot zelf vroegen om 4 items of onderwerpen uit te kiezen waarvan hij zelf graag zou hebben dat de lezers dit wisten over zijn leven, werk, boeken en projecten?

De auteur geeft mij de antwoorden vooraf. En achteraf zoek ik er de gepaste vragen bij. Het leek een gek idee. Maar toen ik deze format aan hem voorstelde was ik verrast dat hij het een verrassend omgekeerde vraag vond. Spannend!

De antwoorden op de ongestelde vragen kwamen er al na een week . Dan begon mijn taak: aan het inschatten en formuleren van de vragen beginnen.

En zoals het in een Omgekeerd interview past, stel ik Luc pas op het einde kort aan jullie voor.

Tijd en vooral het verloop ervan, spelen een belangrijke rol in je boeken en projecten. Verleden, heden en toekomst lijken onlosmakelijk met elkaar verbonden, zelfs over generaties heen. Hoe komt het dat de tijd letterlijk zo aan jou trekt?

Tijd fascineert me. Een net zo fascinerende gedachte is dat nu het gevolg is van vroeger. Hoe steken het leven, de aarde en het heelal in elkaar? Hoe merkwaardig is het dat gebeurtenissen uit het verleden het menselijk gedrag bepalen? Hoe merkwaardig is het dat zaken uit mijn jeugd mij nog steeds beïnvloeden? Blijkbaar heeft het geheugen een ontzaglijke kracht. Hoe merkwaardig ook dat we over de toekomst kunnen nadenken. Wat is dat toch met de verbeeldingskracht dat we ons daar een voorstelling van kunnen maken?

Met het verouderen is het onderwerp vanzelf op mijn pad gekomen. Hoeveel tijd is reeds voorbij? Hoeveel rest er nog? Zeker is dat ik moeite heb met ‘mij te herinneren’. De dagen en de dingen gaan zo snel. De tijd vastleggen, door die te beschrijven of door erbij stil te staan tijdens projecten die honderd dagen duren, helpt me daarbij. Achteraf kan ik de tekst en de beelden opnieuw bekijken. (Kijk eens naar de honderd-dagen-projecten te vinden op www.lucvandromme.be)

Hoe komen je boeken tot stand? Vanwaar komt de inspiratie? Wat prikkelt jou bij het schrijven en maakt wat je schrijft tot een goed boek?

Ik vergelijk het schrijven van een boek graag met het creëren van een kunstwerk. Het is een langdurig proces (gemiddeld drie jaar) waarbij ik ‘methodes’ zoek om mezelf te blijven uitdagen. Ik zoek open en onvoorspelbare systemen die mijn verwondering en mijn goesting prikkelen. Zo bracht ik voor Omwille van de soort vijftien personen bijeen en liet ik ze vrij brainstormen over de vraag hoe het leven in 2222 er zal uitzien. Ik gebruikte enkel de door hen aangebrachte ideeën om het boek te schrijven. Voor Niets verlaat de tijd verplichtte ik mezelf om mijn honderd oudste herinneringen op te schrijven. Daarnaast interviewde ik mijn vader en reed ik hem naar de voor hem belangrijkste plaatsen uit zijn leven. Ik verzamelde familieportretten en noteerde de verhalen die in de familie de ronde deden. Voor Tussen de dagen wou ik een echte jazzimprovisatie maken.

Vooraf maak ik nooit schema’s. Nooit weet ik waar een boek me naartoe zal leiden. Ik heb geleerd om te vertrouwen. Ik probeer telkens een ander boek te schrijven. Ik wil graag de lezer verrassen. Ik hou van de vraag: ‘Wat heb je nu weer geschreven?’

Ik heb het geluk dat ik geen rituelen nodig heb. Eigenlijk kan ik overal schrijven: thuis, op café, op een bank in de stad… Ik kan me gemakkelijk mentaal afsluiten. Schrijven ervaar ik als: ‘het eten van een gebakje’.

Een boek moet snel en filmisch zijn. Wringen en wrijven. Onaf waardoor de lezer verplicht wordt mee te denken. Een eenvoudige taal. Een weldoordachte stijl. Toeslaan en laten beklijven.

Hoezeer ben jij in de ban van het schrijven van een boek voor het in de winkel ligt? Wat betekent de fase van het schrijven voor jou?

Elk boek waaraan ik werk, nestelt zich in elk van mijn celkernen. Tot in het diepste nanodeeltje.

Aldoor, almaar, bestendig, blijvend, constant, continu, gedurig, gestaag, non-stop, onafgebroken, onophoudelijk, steeds, volhardend, voortdurend.

Pas wanneer het boek helemaal klaar is en het er daadwerkelijk ‘ligt’, kan ik het loslaten. Het lijkt op de creatie van een beeldhouwer: een langdurig proces dat eindigt bij het overeind zetten van de sculptuur. Schrijven is een geduldoefening die concentratie en vooral doorzetting vereist. Ik heb geleerd dat het brein (het onderbewustzijn) tijdens de nacht gewoon verder gaat. Creëren gebeurt altijd. Het is nooit vrijblijvend.

Niets verlaat de tijd heeft me inhoudelijk bij mijn nekvel gegrepen. Ik wou mijn verleden en mijn afkomst onderzoeken. Wie zijn de mensen op wiens schouders ik sta? In hoever gelijk ik op hen? Ik zag het boek als een soort afscheid en tegelijk als een eerbetoon aan mijn overleden vader. Tegelijk als een soort dankbetuiging aan alle personen uit mijn vroege jeugd.

Tussen de dagen had me minstens even sterk beet. Ik wou een onderzoek voeren naar de betekenis van de tijd en de plaats van een persoon daarin. Wat betekent het om deze tijd op aarde door te brengen? Wat kan een persoon bijdragen?

Ik hoop dat ik nog dergelijke boeken kan maken.

Je bent een vuurwerk van creativiteit. Je bent auteur, beeldend kunstenaar, jazzzanger en creëert installaties of andere projecten. Hou je je verschillende vormen van artistieke expressie gescheiden of beïnvloeden ze elkaar?

Ik beschouw de verschillende kunstdisciplines als afzonderlijke dingen. Schrijven is een totaal ander proces dan schilderen of muziek maken. Elk vereist eigen technieken en onderzoeksdaden. Toch vormen ze voor mij één onlosmakelijk geheel. Als vingers aan dezelfde hand.

In elk kan ik een eigen creativiteit vrijlaten. Telkens gaat het over het scheppen van beelden en sferen. Schrijven gaat over ‘de diepte opzoeken’. Bij het zingen gaat het om ‘het directe contact met het publiek’. Bij het beeldende werk gaat het over ‘overbrengen van een poëtische sensatie’.

Natuurlijk zijn de disciplines niet volledig van elkaar gescheiden. In Tussen de dagen hanteer ik technieken uit de jazzmuziek. In mijn beeldend werk duiken steeds meer tekstelementen op. Ik vind dit merkwaardig en tegelijk aangenaam.

Even voorstellen… Wie is Luc Vandromme?

Luc Vandromme (°1961) is een Belgisch kunstenaar en schrijver uit Pittem. Hij is actief als auteur, pedagoog, beeldend kunstenaar, fotograaf en jazzzanger. Thema’s als tijd, identiteit en relaties keren dikwijls terug in zijn werk. Vaak werkt hij multidisciplinair: tekst, beeld, video en muziek vloeien samen. Zijn stijl is poëtisch, filosofisch en reflectief. Cultuur is voor hem een levensnoodzakelijke kracht. Hij wil met zijn kunst raken en aanzetten tot nadenken.

Tussen de dagen: trailer

Met zijn werk verdient hij een vaste plek in de Nederlandstalige literatuur.

Recensie: Tussen de dagen

Zaterdag, 27 april, 2024

Geschreven door: Luc Vandromme
Artikel door: Jan Stoel

De tijd is er om ons gevoel van verleden en toekomst vorm te geven

In zijn laatste drie romans onderzoekt Luc Vandromme het thema ’tijd’. Omwille van de soort speelt zich af in de toekomst en laat je stilstaan bij wat het verliezen van je eigen keuzevrijheid met je doet en hoe we dan met elkaar omgaan. Niets verlaat de tijd laat zich lezen als een familiekroniek waarin Vandromme op zoek gaat naar waar hij zelf vandaan komt. Hij reconstrueert het verleden en verbindt het met deze tijd. In zijn nieuwste roman Tussen de dagen gaat de auteur nog een stapje verder. Hierbij dringt het begrip synchroniciteit zich op. De letterlijke betekenis hiervan is ‘gelijktijdigheid’. Een verhaallijn speelt in de zestiende eeuw en een andere in 2009. Ze hebben ogenschijnlijk niets met elkaar te maken, maar komen in deze roman op een magische wijze bijeen en zorgen voor een verpletterend slotakkoord.

Tussen de dagen is een meeslepende en tegelijk gelaagde roman. Je zou het zelfs een ‘moordverhaal’ kunnen noemen. Vandromme grijpt je bij de kladden en laat je niet meer los. Zijn personages zijn levensecht, in een paar woorden zet hij een karakter of een sfeer neer en zijn stijl is om van te smullen. Zo voel je de hitte van de dag in deze zin: “Onverschillig zuigen de banden in het verzadigde asfalt.” Of als hij het heeft over de huizen in de Haan: “De bombastische witte huizen liggen in voluptueuze tuinen.” Hij schrijft snel, filmisch, in een eenvoudige taal, to the point. De roman verbeeldt enerzijds een persoonlijk gevecht en anderzijds een maatschappelijke strijd.

Gregoriaanse kalender
Aan de basis van de roman ligt de Gregoriaanse kalender, genoemd naar paus Gregorius XIII, die hem in 1582 instelde. Om de tijd ‘synchroon’ te laten lopen met het ‘werkelijke jaar’ moesten tien dagen worden geschrapt. Met de landen waar hij niet ingevoerd werd ontstond dus een verschil van tien dagen. Rondom de invoering van die kalender speelt de eerste verhaallijn in de roman. Aan de orde komen onder meer de ongelijkheid tussen vrouwen en mannen, het seksueel misbruik in de kerk, de pausverkiezingen, de spanning tussen katholieken en protestanten, het machtsmisbruik, de ontwikkeling van de wetenschap versus de axioma’s van de kerk, de rol van de politiek ten opzichte van het geloof. Vandromme laat zien dat hij gedegen onderzoek verrichtte. Het Concilie van Trente speelt een cruciale rol in het verhaal. Er moest hervormd worden en misstanden binnen de Katholieke kerk moesten aangepakt worden. Bovendien moest de houding ten opzichte van het protestantisme bepaald worden.

De magie van tien
Tien dagen en wat er ’tussen die dagen’ afspeelt vormt het frame van beide verhaallijnen. De eerste verhaallijn speelt in 2009 en is in de ik-vorm én in de tegenwoordige tijd geschreven. Het verhaal wordt verteld vanuit het perspectief van de 48-jarige Mauro Russo. Hij is lector, getrouwd met kunstenares Lotte en vader van twee dochters. Zijn directeur vraagt hem een “toekomstgerichte cursus” te ontwikkelen, met als onderwerpen complementair geld, stamcellen, duurzame energiebronnen, robots, afval wordt voedsel. Daarnaast heeft Mauro last van nachtmerries waarin hij de naam van een vrouw roept. Zijn echtgenote Lotte denkt dat hij vreemd gaat en vertrekt op vakantie met haar vriendin Hannah om over dat alles na te kunnen denken. De dochters gaan tien dagen op schoolkamp. Wat is er met hem aan de hand? Is er iets uit zijn verleden wat zich aan hem opdringt?
Het feit dat Mauro een Italiaanse achtergrond heeft, vormt een brug naar de tweede verhaallijn. Die begint in 1560 en is geschreven vanuit een auctorieel perspectief en in de verleden tijd. Hierin staan twee personages centraal: Misa Giglio en Lanzo La Catena. Misa is de dochter van een wetenschapper die experimenten uitvoert die tien dagen duren. Een van die onderzoeken heeft rampzalige gevolgen voor zijn gezin. Misa overleeft het experiment en komt onder de invloed te staan van pastoor La Catena, die haar continu misbruikt en zwanger maakt. La Catena wil paus worden. Alles moet daarvoor wijken. Lukt dat? Slaagt Misa erin om zich van haar trauma’s te bevrijden en vrij te worden?

Reizen door de tijd
Om beurten komt het verhaal van Mauro en dat van Misa en La Catena aan de orde. Elk deel bestaat uit een aantal hoofdstukken waardoor de personages en de ontwikkeling van het verhaal reliëf krijgen Door een brug te slaan tussen de twee tijdsgewrichten, laat Vandromme de lezer als het ware reizen door de tijd. Een voorbeeld. In het Italië van de zestiende eeuw kwamen geloof en wetenschappelijke ontdekkingen met elkaar in botsing. Het invoeren van de Gregoriaanse kalender is daarvan een voorbeeld. Ging dat niet in tegen het scheppingsverhaal?
“Het gekke is dat de tijd niet bestaat. We hebben die uitgevonden om ons gevoel van verleden en toekomst vorm te geven,” zei de vader van Misa.
Wij hebben net als Mauro en Misa een verleden, een heden en een toekomst. Vandromme reflecteert op hoe we als persoon met onze persoonlijke trauma’s en onze ambities omgaan en wat voor effect dat op de mensen in onze omgeving heeft. De foto op de cover is van de hand van Vandromme. Het verwijst naar het trauma van Mauro en Misa. De foto is eigenlijk een cyanotypie. Dit is een oud fotografisch procedé uit de helft van de negentiende eeuw. Door deze oude techniek te gebruiken legt hij een extra link in de tijd. De oude techniek heeft iets van het verleden in zich en oogt tegelijkertijd heel hedendaags.

Luc Vandromme is een groot verhalenverteller met een heerlijke vloeiende schrijfstijl en je kunt gerust stellen dat hij met zijn werk een vaste plek verdient in de Nederlandstalige literatuur. Hij heeft de kracht om een inhoudelijk verhaal te vertellen dat diepgang heeft. Tussen de dagen is bovendien spannend én het – en dat is misschien wel de grootste verdienste – stimuleert de verbeeldingskracht. Tussen de dagen is een roman die je lang bijblijft.

Voor het eerst gepubliceerd op Bazarow

Tussen de dagen.

Tussen de dagen

WERVELENDE NIEUWE ROMAN LUC VANDROMME

Tussen de dagen, de wervelende nieuwe roman van Luc Vandromme, ziet zaterdag 24 februari 2024 het levenslicht. Deze achtste roman (de derde bij de Nederlandse uitgever Godijn Publishing)is onvoorspelbaar, nieuw. Zoals een kunstwerk hoort te zijn.

Tussen de dagen

Tussen de dagen is opgebouwd uit twee verhaallijnen die in eerste instantie weinig met elkaar te maken lijken te hebben. Elke verhaallijn ontwikkelt zich op een eigen manier. Met een eigen taal en een eigen beeldende kracht. Het boek leest als een jamsessie van jazzmuzikanten.

De eerste verhaallijn speelt zich af in het Italië van 1560, de tweede in het België van 2010. Hoe hangen de gebeurtenissen in het verleden samen met het heden en de toekomst? Wat is het effect dat de bedreiging van wetenschappelijke ontdekkingen op de Katholieke Kerk in de zestiende eeuw op het leven van Mauro in 2010? Luc Vandromme houdt het tot het einde spannend hoe en waar de verhaallijnen bij elkaar komen.

Tussen de dagen is een meesterlijke vertelling over de grote vraagstukken: leven, liefde, macht en dood. Het is een roes die beroert en beklijft.    

Luc Vandromme

Luc Vandromme is een verhalenverteller bij uitstek. Alles draait om de verrassing, de snelheid en de prikkeling van de vertelling. Er wordt vaak beweerd dat het oeuvre van een schrijver draait om een of twee thema’s, dat geldt niet voor Luc Vandromme. Zijn fantasie stuurt hem en de lezer naar alle hoeken van de wereld en van de verbeelding.

Behalve schrijver is Luc Vandromme pedagoog, beeldend kunstenaar en jazz-zanger.

Elders literair.

Jan Stoel legt het verband tussen ‘Niets verlaat de tijd’ en het beeldende werk dat ik daarrond maakte.

‘Alles wat de tijd verlaat, is eeuwig’

Een bezoek aan het atelier van Luc Vandromme

‘Ik kom niet uit een familie van koningen of adel. Ik ben geboeid door het leven van gewone mensen. Hun vraagstukken zijn de echte vraagstukken in het leven. De gewone mens “maakt de tijd echt mee”. Is er in ondergedompeld. Staat er niet buiten. Hij kan geen afstand nemen in een duur paleis. Hij heeft geen anderen die voor hem het werk doen. Hij is het die de tijd en de werkelijkheid “uitvoert”. Anderen kunnen dingen bedenken en plannen maken, het gewone individu realiseert ze. De gewone man staat in de oorlog. Is onderhevig aan de invloed van de kerk. Voelt aan den lijve wat het betekent om arm of rijk te zijn. Om tekorten te hebben. Hoe het tijdskader zijn persoonlijke ontwikkeling vooruit helpt of beknot. De gewone man migreert. Vlucht weg. Verlaat zijn onmogelijke leefomstandigheden. Laat zijn familie en land achter. De gewone mens wordt gedwongen. Dit verdient het grootste respect. Dit verdient meer aandacht,’ zegt West-Vlaming Luc Vandromme, die met zijn in 2022 gepubliceerde familiekroniek Niets verlaat de tijd opviel. ‘Alles wat de tijd verlaat, is eeuwig.’

Vandromme (1961) is niet alleen schrijver – hij publiceerde inmiddels zeven romans – maar ook beeldend kunstenaar. In zijn beeldende werk speelt tijd eveneens een rol. Hij schildert onder meer ‘herinneringen’ aan zijn vroegste jeugd, maar maakt ook enorme schilderijen die geïnspireerd zijn op de migratie van Belgen naar onder meer de Verenigde Staten en Canada. Overigens komt de ‘stamvader’ van zijn geslacht ook van elders, uit Pommeren, gevlucht en op zoek naar een betere toekomst in het Westen. Zoals zovelen tegenwoordig op de vlucht zijn en hopen op een nieuw perspectief.

Oase in Pittem
Ik spreek Luc in zijn ‘historische’ huisje. Het ligt in wat men wel noemt een oase middenin de lelijkste plek op aarde, de regio rondom Roeselaere. Luc woont in Pittem. Dat is een dorp dat omringd wordt door de welbekende ‘logistieke dozen’ die je overal langs de snelwegen vindt, ook in West-Vlaanderen. Oorspronkelijk woonde hij in Anzegem, ten oosten van Kortrijk.
    Leuk om te vermelden is dat Ingooigem een deelgemeente van Anzegem is. En wie Ingooigem zegt, denkt natuurlijk meteen aan Stijn Streuvels, die daar woonde en wiens Lijsternest nog steeds de nodige bezoekers trekt. Streuvels die met zijn originele taal beschouwd wordt als een belangrijk vernieuwer in de Nederlandstalige literatuur. Luc Vandromme: ‘Waar we woonden in Anzegem konden we het beroemde venster van het Lijsternest zien. Daarachter had de grote Stijn Streuvels geschreven. Het stond bekend dat hij dagelijks wandelde door de velden. Dit pad hebben we honderden keren bewandeld. Het werkte als een soort magneet.’

Vandromme wilde rust en kwam zo aan de rand van Pittem uit, waar hij een huis betrok dat dateert uit ongeveer 1860. Bij Luc is aan alles een verhaal verbonden. Zo ook aan dit huis: ‘Er werd ons altijd verteld dat het lager gelegen is dan het straatniveau doordat de grond in de negentiende afgegraven werd (met de spade waarschijnlijk) om klei te winnen. In Egem, een dorp even verderop, staat een steenfabriek. Onze grond is inderdaad “koppig”. Ik dolf ooit grond hier, waar mijn echtgenote en keramiste Trui keramiek mee maakte. Oorspronkelijk bestond het huis uit een woonhuis en een dierenstalling. Het gezin voor ons had zes kinderen, de familie voor hen dertien. Wij hebben het huis grondig verbouwd. Voor we verbouwden was er boven slechts één slaapkamer. Hoe deden die mensen dat vroeger?’

Schilderherinneringen
Ook nu weer speelt de tijd dus een rol in het verhaal dat Luc vertelt. Hij leidt me verder door zijn huis, de trap op naar de zolder waar zijn atelier zich bevindt. Dat is de plek waar hij zich iedere avond terugtrekt en gaat schilderen. Daar zie ik voor het eerst zijn schilderijen die hij maakte tijdens het schrijven van Niets verlaat de tijd.

Luc: ‘Ik wilde “herinneringen” schilderen, herinneringen aan mijn vroegste jeugd. In mijn hoofd zijn mijn vroegste herinneringen onscherp. Vaag. Er hangt een soort blauw waas over. Alsof de kleuren uitgebleekt zijn. Je ziet dat op mijn schilderijen terug. Alsof je door vitrage naar het verleden kijkt. De basis voor deze schilderijen zijn oude foto’s. Hieronder drie schilderijen uit de serie Tiens, de herinneringen vervagen. Dit schilderij noem ik Met mémé en pépé aan zee. De Haan 1964.’ Het formaat van dit schilderij is fors: 2 x 1.80 m. En als ik de schilderijen van Luc zie en beschouw en vragen stel, dan komt de kunstenaar helemaal los.
    Hieronder een weergave van hoe Luc Vandromme zijn werk interpreteert.

Luc Vandromme 2

Tiens, de herinneringen vervagen.
Met mémé en pépé aan zee. De Haan, 1964 (1).

Luc: ‘Dit schilderij roept bij mij het volgende op: er is iets met de lucht. En met het krijsen van de meeuwen. Is het mijn verbeelding of geurt de wind zachter? Warmer?
Ik zou mezelf moeten laten groeien. De borst vooruit. De schouders breed. De kin krachtig. Alles in mij roept om stilstand. Ter plaatse trappelen houdt me in het licht. In het zand en tussen de dennenappels. In deze schaduw, in deze lichtzinnige gloed ben ik alomtegenwoordig. Onder deze vlekkeloze lucht mogen de armen mij omsluiten.
Gracieus ben ik. Gezwollen van zegening.
De Haan is weelde.
Mij is de tijd geschonken.’

Luc Vandromme 7

Tiens, de herinneringen vervagen.
Met mémé en pépé aan zee. De Haan, 1964 (2).

Luc: ‘Zo wil ik leven. Puur. Heilig.
    Als een glasraam in rood, groen en blauw. Glazen kaders met glanzende foto’s. Welk een bevoorrecht kind ben ik. Geen Afrikaantje dat honger lijdt en ’s ochtends vroeg tien kilometer verder water moet gaan putten. Ik bezit een matras. Een huis van baksteen.
    De hemel ligt onder mijn moeders voeten.
    Ze heeft me bij haar gedragen. Onder pijnen uitgeperst en dan gesust.
    De zon klapt op mijn voorhoofd. Hoe durft mijn mond te verzuchten?
    Achter het rolluik doen de merels zot. Als een lichtflits uit de lucht. Hun vaart treft me pal in mijn hart.
    Dit is het goud van een troon.
    Deze zaligheid.
    De ochtend die in vuur en vlam zet.’

Luc Vandromme 11

Tiens, de herinneringen vervagen.
Met mémé en pépé aan zee. De Haan, 1964 (3).

Luc: ‘Ik heb een zus en een broer. Die kun je niet kiezen. Ze zijn er. Als een murmelen.
    Ik kom van een andere planeet. Zij zijn donker. Een vonk eeuwigheid zit onder mijn huid en drijft me aan. In andere tinten.
Voor stilzitten heb ik geen tijd. Elk hoekje wil ik zien. Elke gang. De wind plukt aan mijn zomertrui. Straks rukt hij mijn haren af.
    Waarom is er water op aarde?
    Ik ben net zo toevallig. Ik moet iets bijzonders zijn, dat God zich de moeite heeft getroost.
    Als een vluchtig gas deel ik de overvloed.
    Het welbehagen bezweer ik niet.’

Mijn iconen
‘De kindertijd is heilig. Ik wilde die “heiligheid” schilderen. Het was zoeken om die te kunnen weergeven. Tot ik me de Byzantijnse iconen herinnerde,’ vervolgt Luc.
    ‘Ik sta in de traditie van mijn voorouders. Voor mij zijn het iconen. Daarop zijn mijn Gouden portretten gebaseerd. Deze schilderijen hebben een kleiner formaat (30 cm op 40 cm). Een portret moet intiemer zijn. Door mijn voorouders zo te schilderen kwam ik nog dichter bij hen en kregen ze haast iets sacraals. Ik werd geconfronteerd met hun blik, hun mond, hun neus, hun oren, hun haren. Ook deze schilderijen baseerde ik op foto’s uit familiealbums. Vroeger komt zo dichtbij.’

zelfportret Luc Vandromme

Zij die op mijn schouders staan.

‘Vanaf een bepaald ogenblik kun je je levensvragen niet langer ontwijken, dan blijven ze etteren. Doe je dit niet, dan moet je je moed vergaren. De strijd aangaan. Met durf, dapperheid en kracht.
    Je moet ontwarren en het raadsel in de ogen kijken. Echt.
    “Wie ben ik? Van waar kom ik? Hoe komt het dat ik ben zoals ik ben?”

De voorgaande generaties zitten in mij. Of ik wil of niet. Wat kreeg ik dan wel door? Van wie? Uit de levens vóór mij moest ik leren.
    Naast mijn DNA kreeg ik een opvoeding. Die gebeurt door bepaalde mensen. In een bepaalde tijd, op een bepaalde plaats, in een bepaalde cultuur.
    Ik ben ontwikkeld tot de persoon die ik ben. Lag alles vooraf vast? Of niet? Ben ik net als de personen die me vooraf gingen? Of net niet?
    Ik ben gelijk en toch zo anders.
    Ben ik een mutatie misschien?

Ik wilde de fout niet maken dat ik het verhaal van wie me voorafging niet kende. Een man zoekt zijn mannelijke eigenschappen, zijn vaderlijke lijn.
    Ik reed mijn vader naar zijn geboortedorp. We bezochten de belangrijke plaatsen uit zijn jeugd. Uit de jaren van zijn jongvolwassenheid. Mijn moeder heeft een uitstekende pen. Ik vroeg haar om haar herinneringen op te schrijven. We praatten over hun ouders, grootouders en familieleden. We hadden het over foto’s, gebeurtenissen, plaatsen. Geluk en drama. Persoonlijke belevenissen en de tijdsgeest.
    Ik absorbeerde en creëerde.
    Het werd geen kroniek van koningen, veroveraars, legeraanvoerders en vrome heiligen. Het werd het verhaal van eenvoudige lieden. Mijn voorvaderen.
    Ze groeiden op. Droomden. Hadden lief. Zondigden. Stichtten. Overwonnen. Zochten vervulling.

Ik kan mezelf niet vanop een afstand bekijken. Onmogelijk kan ik uit dit lichaam treden. Ik laat het graag aan anderen over of ze gelijkenissen en verschillen met mijn voorvaderen zien. Hieronder laat ik een aantal van mijn voorouders vertellen over hun leven.’

Luc Vandromme 29 Remi

Remi

Remi Vandromme (28-7-1929 – 26-12-2019), mijn vader
‘De zon zet me in lichterlaaie.’

‘In 1961 krijg ik een nieuwe zoon. Ik ben de dertig gepasseerd en heb een vrouw en nog twee kinderen. We bouwen ons nieuwe huis in de stad. In een straat waar alleen maar jonge gezinnen komen wonen. Achter de tuin beginnen de boerenvelden die naar het lagergelegen Kuurne leiden. De kleuren herinneren me aan het koren en de paardenruggen uit mijn kindertijd. Ik was een knaap voor Hulste. Voor het buitenlicht, de werkmanhuizen, het vee, mijn kameraden in bretellen en mijn vrijmoedige ouders. De vlascrisis aan het eind van de twintiger jaren en het rollen van de oorlog verscheurden het paradijs. Wie van de geboortegrond wordt verdreven, verliest zijn anker. Wiens vader doodziek wordt, verspeelt zijn bestaanskansen. Kunstenaar worden is voor wie welgesteld is. Mijn verstand moet me redden. Mijn hersenen behouden me. Ik word elektrotechnicus. Een specialist.’

Luc Vandromme 25 Jenny

Jenny

Jenny Verbeke (31-12-1931), mijn moeder
‘Jenny heeft “ja” gezegd.’

‘In 1961 krijg ik een nieuwe zoon. Ik ben dertig en heb al een dochter en een zoon. Het ogenblik om vanonder de ouderlijke vleugels los te komen. Ver uit de buurt hoeft niet. Een enige dochter is onlosmakelijk verbonden. Ik sta op eigen benen. Ik kies resoluut. Of ik het pianospelen in het ouderlijke café, het toneelspelen met de Kajotstergroep en de groep meisjes waaraan ik leiding gaf mis? Een nieuwe tijd gaat in. Omkijken leidt tot niets. Heimwee naar mijn geboorteland Canada heb ik niet. Ik ken het niet. Als baby van negen maanden kwam ik terug. Kortrijk is mijn stad. Hier heb ik alles. Ik – wij gaan vooruit.’

Luc Vandromme 20 Modest

Modest

Modest Vandromme (17-08-1900 – 17-02-1957), de vader van mijn vader
‘Verlos me van mijn laatste adem, Heer.’

‘In 1961 krijgt mijn zoon een nieuwe zoon. Spijtig dat ik het kind niet mag leren kennen. Ik ben er niet meer. Mijn darmen hebben me kapot gevreten. Mijn laatste dagen wens ik niemand toe. Afzien is beestachtig. De oorlog moet er voor iets tussen zitten. Het weggevoerd worden. De verplichte arbeid in het Nazirijk. Het hongerlijden. Het slavenbestaan. De eindeloze angst. Wie vrouw en kind moet missen, sterft van binnen. Langzaam. Verweer of niet. Nochtans was ik voor het grotere weggelegd. Voor het vlas. Herenboer zoals alle Vandrommes in Hulste. Onafhankelijk en krachtdadig. Aan toekomstvisie en dromen geen gebrek. En lef. Net op mijn hoogtepunt crasht de beurs.
Faillietgaan wanneer je nog geen dertig bent, kom je niet te boven. Durven moet ik voorgoed aan de anderen overlaten.’

Luc Vandromme 28 Maria

Maria

Maria Lagaisse (10-07-1903 – 09-10-1996), de moeder van mijn vader
‘“Karnemelk?” Ze neemt Modests kan over en laat hem in een rozenwolk achter.’

‘In 1961 krijgt mijn zoon een nieuwe zoon. Mijn man ben ik ondertussen verloren. Al lang voordat zijn lichaam het begaf. Mijn zoon is mijn rots. Op hem mag ik steunen. Hoe anders dan toen ik was wie ik was. In het Ooigem van mijn meisjestijd ben ik onbegrensd en vitaal. Ik sta niet los van de dingen. Ik bevind me middenin het bestaan. Ik behoor tot het boerenlandschap. De seizoenen passen mij als gegoten. Ook de jongeman die me ziet staan en me omsluit. Hij brengt schijnsel en straling. Tot het duister komt aanrollen en verstoten. Crisis en kanonnen. Achterlaten is droefgeestig. Het vrije leven. De geborgenheid. De veiligheid.’

Luc Vandromme 22 Florent

Florent

Florent Verbeke (02-02-1904 – 23-06-1981), de vader van mijn moeder
‘Hoe moet een kind verder zonder moeder?’

‘In 1961 krijgt mijn dochter een nieuwe zoon. Weer dank ik de sterren en bid dat ze gezond en in leven mag blijven. Geen enkel kind wens je toe dat het zijn moeder verliest. Niemand weet beter dan ik wat het betekent om losgescheurd te zijn. Met armen die naar het ledige reiken. Onvervuld. Met een stiefmoederkilte die in de plaats komt. Hard. Meedogenloos. Verstotend zonder aantrekking. Met een vaderliefde die wankelt, het verlorene aan de kant schuift en met het nieuwe verder moet. Hoe vind je jouw plaats tussen de verse broers? Nochtans gloeit een warmte binnenin mij. Een tweestrijd ondermijnt. Niets maakt mij kapot. Mij is meer gegeven. Meer dan dit land dat klein houdt en beknot. Dat arme stakkers van de schoolbanken weghoudt en tot handenarbeid dwingt. Mij zijn andere luchten gegund. Mij en het mooiste meisje dat mij wil volgen. Voorbij de baren van de oceaan. Naar de Canadese horizonten. Daar word mijn kind geboren. Daar ben ik wie ik ben. Tot het heimwee het mooiste meisje dwingt terug te keren. Voor haar zal ik timmerman worden en een café bouwen. De zee en de oneindige landschappen daarachter zullen blijven lonken. Mijn waarachtigheid zal in de onmetelijkheid achterblijven.’

Rachel

Rachel Warnitz (29-11-1902 – 14-03-1996), de moeder van mijn moeder
‘“Verdorie, Florent,” lacht ze. “Begrijp je me niet? Ik ga mee. Naar Canada.”’

‘In 1961 krijgt mijn dochter een nieuwe zoon. Mijn dochter. Mijn enige kind. Mijn kern die mijn pad leidt. Die me terugbrengt vanwaar ik kon zijn geweest. Over de golven. Vanwaar de man van mijn leven zijn dromen vond en achterliet. Mijn grond zuigt sterker. Harder en niet te ontkomen. Het is in België waar we thuishoren. Moeder en kind. Vrouw, man en dochter. Tussen het eigen volk. Bij de eigen zusters en broers. Dichtbij de eigen moeder. Een stiefkind kan dat niet begrijpen. Die weet niet wat een echte moeder is. Alleen hier kan ik zijn. Ik wil nog proberen terug te keren naar het vreemde land. Goed dat de oorlog zeemijnen in de haven dropt en geen enkel schip veilig laat uitvaren. Een reden buiten mij is aanvaardbaar. Onze koffers kunnen we definitief opbergen. Voortaan blijven we. In een eigen café. In een eigen huis. Ik herleef. Ik laat me omringen.’

*

Grip krijgen op de tijd
De schilderijen in de serie Tiens, de herinneringen vervagen geven markante gebeurtenissen uit het leven van de kunstenaar weer. De formaten zijn niet voor niets zo groot! De frontale confrontatie met de personages komt bij de kijker binnen. Je wordt het schilderij ingetrokken en gaat vervolgens op details letten. Het gebruik van blauwtinten, uitvloeiingen, toetsen zorgt voor een effect dat enerzijds nabijheid, anderzijds afstand creëert. De afgebeelde figuren zijn herkenbaar, maar bewust niet zo scherp gedetailleerd geschilderd. Dat onderlijnt de referentie aan het verleden. De kunstenaar herinnert zich wel wat er gebeurde, maar of hij het zich allemaal precies herinnert? Het langzaam verglijden naar het verleden, maar het toch op je netvlies willen houden, toont Vandromme in verf, net zoals hij dat in woorden doet in zijn kroniek. In beide gevallen schildert hij dus.
    In de iconische Gouden portretten zie je die techniek terug, maar treft Vandromme de essentie van het karakter van de personages. Mooi zijn in dat verband de tekstfragmenten die eronder staan. Weer die dubbele manier van schilderen: met verf en met woorden. De disciplines schilderen en schrijven verschillen van elkaar, maar vormen op deze manier een eenheid.Luc Vandromme, Niets verlaat de tijd

Wat een paar maanden eerder voor mij begonnen was met het lezen van Niets verlaat de tijd werd een reis naar de plek waar hij schrijft en schildert, maar ook een reis door het elders van de gedachtewereld van Luc Vandromme. Tekst en beeldend werk vormen bij Luc een eenheid, versterken elkaar, maar brengen ook herkenning, verdieping aan en zorgen voor een kruisbestuiving. Misschien doen ze nog wel meer, want Luc is naast jazzzanger ook pedagoog en zal zijn ervaringen ongetwijfeld een plek geven in het onderwijs.
    De schilderijen op Lucs zolder, en er staan er misschien wel honderd, doen je ook nadenken over je eigen verleden. Thuisgekomen pakte ik de fotoboeken van mijn ouders en grootouders erbij. De meeste ken ik niet meer, simpelweg omdat de namen niet bij de foto’s geschreven zijn. Hun levens zijn voor mij als het ware verdampt in de tijd.
    De kracht van Niets verlaat de tijd zit hem in de beklijvende, geschreven portretten die je meenemen op een levensechte reis door de tijd. Zijn schilderijen maken die tijd concreter. Luc: ‘Ik zie de verschillende kunstdisciplines die ik beoefen als een onlosmakelijk geheel. Zo werkt dat bij mij.’
    Het artistieke brein van Luc Vandromme is continue in beweging. Misschien wordt er van zijn kroniek en zijn beeldend werk wel een theaterstuk gemaakt of zelfs een multimedia-spektakel. Ik ben vooral benieuwd waar Vandromme zelf mee komt. In ieder geval staat er een nieuwe roman op stapel. Hij liet me een fragment lezen met de werktitel Tussen de dagen. Tijd laat deze boeiende kunstenaar in ieder geval niet los.

Jan Stoel

Jan Stoel (1954) heeft vijfentwintig jaar in het primair onderwijs gewerkt, waarvan zeventien als directeur van een basisschool. Daarna is hij zeventien jaar werkzaam geweest in de culturele sector, in de cultuureducatie. Zijn passies liggen bij literatuur, geschiedenis, non-fictie en beeldende kunst. Zelf zegt hij hierover: ‘De laatste jaren heb ik me vooral gericht op het recenseren van literatuur, het interviewen van schrijvers en het schrijven van artikelen die verband houden met literatuur. Als ik een boek lees wil ik alles weten over dat boek en wil ik me verdiepen in de auteur, zijn achtergronden, zijn inspiraties en zijn eerder werk. Een boek lezen is voor mij een studiemoment.’

Deel dit stuk

Meer Elders beschouwt

‘Alles wat de tijd verlaat, is eeuwig’

Page 1 of 26

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén