Vlaamse literatuur van een niveau dat de adem doet stokken, de bloeddruk geen goed doet en de hersenen aanzet tot overuren. Wat een roman levert Vandromme met dit werk af, hoe kan een auteur zijn dromen, verlangens en fantasie zo toevertrouwen aan papier. Dit boek doet verlangen naar meer, veel meer werk van deze auteur. (H. Westerborg)
En precies daar, in dat spanningsveld, toont Vandromme zijn meesterschap. Hij verbindt geen tijden met dikke lijnen of opzichtig symbolisme. Hij weeft. Thema’s keren terug zoals motieven in muziek: schuld, waarheid, angst, kennis, verlies. De lezer voelt hoe patronen zich herhalen, hoe menselijke reacties eeuwen overstijgen. De pauselijke intriges en Mauro’s innerlijke strijd blijken twee variaties op dezelfde melodie. Dat de twee verhaallijnen elkaar pas laat en onverwacht raken, is geen toeval. Tijd, zo lijkt Vandromme te zeggen, openbaart haar samenhang nooit meteen. Begrip komt altijd te laat. Pas achteraf zien we hoe alles met alles verbonden was. De stijl is rijk, gelaagd, nooit gratuit. Vandromme schrijft met historische precisie én psychologische scherpte. Zijn zinnen ademen kennis, maar ook mededogen. Dit is geen roman die de lezer bij de hand neemt, het is een boek dat uitnodigt om mee te denken, mee te reizen, mee te verdwalen. Tussen de dagen is uiteindelijk een roman over mensen op breuklijnen. Over samenlevingen en individuen die leven in overgangstijden, waarin zekerheden wegvallen en nieuwe waarheden nog geen houvast bieden. Luc Vandromme heeft een boek geschreven dat de geschiedenis laat spreken en het heden ondervraagt. Een roman die laat zien dat tijd geen decor is, maar een speler. Een roes, inderdaad — maar wel een die ons wakker schudt. (E. Haenen)
















































































































































