Luc Vandromme

acties

Categorie: roman Page 1 of 4

Librar over ‘Tussen de dagen’

Vlaamse literatuur van een niveau dat de adem doet stokken, de bloeddruk geen goed doet en de hersenen aanzet tot overuren. Wat een roman levert Vandromme met dit werk af, hoe kan een auteur zijn dromen, verlangens en fantasie zo toevertrouwen aan papier. Dit boek doet verlangen naar meer, veel meer werk van deze auteur. (H. Westerborg)

En precies daar, in dat spanningsveld, toont Vandromme zijn meesterschap. Hij verbindt geen tijden met dikke lijnen of opzichtig symbolisme. Hij weeft. Thema’s keren terug zoals motieven in muziek: schuld, waarheid, angst, kennis, verlies. De lezer voelt hoe patronen zich herhalen, hoe menselijke reacties eeuwen overstijgen. De pauselijke intriges en Mauro’s innerlijke strijd blijken twee variaties op dezelfde melodie. Dat de twee verhaallijnen elkaar pas laat en onverwacht raken, is geen toeval. Tijd, zo lijkt Vandromme te zeggen, openbaart haar samenhang nooit meteen. Begrip komt altijd te laat. Pas achteraf zien we hoe alles met alles verbonden was. De stijl is rijk, gelaagd, nooit gratuit. Vandromme schrijft met historische precisie én psychologische scherpte. Zijn zinnen ademen kennis, maar ook mededogen. Dit is geen roman die de lezer bij de hand neemt, het is een boek dat uitnodigt om mee te denken, mee te reizen, mee te verdwalen. Tussen de dagen is uiteindelijk een roman over mensen op breuklijnen. Over samenlevingen en individuen die leven in overgangstijden, waarin zekerheden wegvallen en nieuwe waarheden nog geen houvast bieden. Luc Vandromme heeft een boek geschreven dat de geschiedenis laat spreken en het heden ondervraagt. Een roman die laat zien dat tijd geen decor is, maar een speler. Een roes, inderdaad — maar wel een die ons wakker schudt. (E. Haenen)

Librar over ‘Niets verlaat de tijd’

Niets verlaat de tijd overspant bijna twee eeuwen, maar voelt nergens zwaar of encyclopedisch aan. De tijd beweegt zich hier niet lineair, maar golvend, als herinnering. Feiten en verbeelding raken elkaar zonder elkaar te verraden. Vandromme schrijft met een verhalende vanzelfsprekendheid die de lezer meeneemt, zoals een verteller dat doet aan een keukentafel, bij het vallen van de avond.

Dit boek is geen reconstructie van het verleden om het verleden zelf. Het is een poging tot verstaan. Een zachte maar volgehouden uitnodiging om na te denken over afkomst, over doorwerking, over wat wij onbewust meedragen. In die zin is Niets verlaat de tijd niet alleen een terugblik, maar ook een spiegel — een herinnering dat geen enkel leven op zichzelf staat, en dat tijd niets loslaat wat werkelijk geleefd is. (C. Corstjens)

Alweer een prachtige roman van Luc Vandromme. Hij weet, als geen ander, evoluties doorheen de tijd te beschrijven en te kaderen zodat de lezer het gevoel krijgt deel te zijn van een verhaal, zijn verhaal en dat voelt goed, heel erg goed. Dank je Luc Vandromme! Misschien zijn vijf sterren hier beter op hun plaats maar laten we die reserveren voor zijn ongetwijfeld even briljante opvolger.  (H. Cauwelaerts)

“In kleine gebaren en schijnbaar onbeduidende momenten toont Vandromme hoe het alledaagse een beslissende kracht bezit. Over bijna twee eeuwen heen verweeft hij herinnering, verbeelding en feit tot een golvende tijdservaring. Dit is literatuur: zoekend, nabij, en doordrongen van het besef dat geen leven ooit op zichzelf staat.” Roosje Ahrend – Deventer, Nederland.

Schrijver van de week. Dag 7.

Mijn debuut kwam er in 2002. Schrijven en schrijver worden is een langdurig proces. Het heeft geen eindpunt. Het gaat om het proces. Het scheppen en evolueren. Het proberen zo sprekend mogelijk te creëren.

De belangrijkste eigenschap die een schrijver nodig heeft is doorzettingsvermogen. Een gedreven koppigheid die tegenslagen overwint.

Voor het ogenblik werk ik aan twee nieuwe boeken. Het eerste bevindt zich in het eindstadium en heeft als werktitel ‘Toekomstmemoires’. Het wordt een bijzonder project. Als lezer zal je, op het ritme van de toekomst en het verleden, zowel vooruit als achteruit moeten bladeren.

Voor mijn tiende boek wil ik iets compleet anders en verrassends. Ik werk aan ‘Fabels’ die bedoeld zijn voor alle leeftijden.

Daarnaast ben ik bezig om ‘Niets verlaat de tijd’ op de planken te krijgen.

Ondertussen blijven er de jazz en de beeldende kunsten. Zoals ik bij elk boek deed, werk ik aan een tentoonstelling bij de ‘Toekomstmemoires’.

Na al die jaren ben ik blij met: ‘een gerespecteerde plaats binnen de Nederlandstalige literatuur’

‘Luc Vandromme heeft een gerespecteerde plaats in de Nederlandstalige literatuur, vooral vanwege zijn vermogen om menselijke emoties en relaties op een authentieke en diepgaande manier te verkennen. Zijn werk wordt vaak geprezen om de emotionele diepgang en de introspectieve aard, waardoor hij een unieke stem heeft binnen de literaire wereld. Hoewel hij misschien niet zo bekend is als enkele van de grote namen in de Nederlandstalige literatuur, draagt zijn werk bij aan de rijke traditie van literaire fictie die persoonlijke en maatschappelijke thema’s onderzoekt. Zijn boeken spreken lezers aan die geïnteresseerd zijn in verhalen die de complexiteit van het menselijk bestaan belichten.

Luc Vandromme is een geëngageerde en veelzijdige kunstenaar die verhalen vertelt via literatuur, beeld en muziek. Zijn romans verkennen existentiële én maatschappelijke vragen met poëtische diepgang en creatieve durf. Hij is een originele stem binnen de Nederlandstalige cultuur.’ (bibliotheken)

Dit zijn misschien alles samen veel en ingewikkelde woorden om te zeggen dat ik schrijven machtig vind. Zolang ik de passie voel, wil ik doorgaan. Ook met de beeldende kunst en het zingen. En vooral met het leven. Het is wonderlijk dat dit me is gegeven.

Het zou leuk zijn mocht je mijn werk willen leren kennen en willen lezen.

Wil je meer te weten komen? Ik ben te volgen op:

Facebook, Instagram, www.lucvandromme.be

#godijnpublishing

Schrijver van de week. Dag 6.

Ik geloof in details. In stof. In adem. In schaduw.

Wat ik probeer te doen, is ruimte maken voor de dingen die we niet goed durven voelen. Niet goed kunnen zeggen. Maar die wel echt zijn.

Ik schrijf geen antwoorden. Ik schrijf ruimtes. Stiltes waar iets kan bewegen.

Voor elk boek probeer ik een eigen stijl te vinden. Een gepaste ‘manier van schrijven.’

In mijn eerste boeken zocht ik naar het creëren van beelden. Het taalgebruik was daaraan ondergeschikt. Het mocht overweldigend en opzichtig zijn. Ik zocht een eigen stem om de vloed aan gedachten weer te geven.

Gaandeweg werd ik soberder. Nu probeer ik een scherpe taal te hanteren. Ze moet reflectief en poëtisch zijn, zonder aan eenvoud en snelheid in te boeten. Daarin ben ik uiterst streng. Een woordkeuze of een beeld dat geen 8 op 10 haalt voor accuraatheid of originaliteit schrap ik.

Ik stel vast dat ik steeds meer schrap.

In ‘Omwille van de soort’ wisselt het standpunt van de personages zich af. Elk personage bekijkt de realiteit door de eigen ogen. Elk heeft een eigen ‘spreekstem’.

‘Niets verlaat de tijd’ is opgebouwd uit negen verhalen. Ik vraag me af wie ik ben. Op wiens schouders ik sta? De lezer krijgt de verhalen van mijn voorvaderen. Ze zijn geschreven als monologen om op het theater te brengen. De tekst is zowel leesbaar als uitspreekbaar.

‘Tussen de dagen’ is opgebouwd als een jazzpartituur. Het boek bestaat uit twee grote verhalen die als een muzikaal A- en een B-deel elkaar afwisselen en eindigen in een verrassend slotakkoord, zoals veel jazzstandards doen.

Ik ben op zoek naar de grote levensvragen: leven, liefde, macht, dood. In mijn schrijven probeer ik beeldend te zijn. De poëtische stijl moet bijdragen om een boek de waarde van een kunstwerk te geven.

Een boek moet een roes zijn die beroert en beklijft. Aangrijpend en meeslepend als een filmserie.

Schrijver van de week. Dag 5.

Tijd fascineert me. Een net zo fascinerende gedachte is dat nu het gevolg is van vroeger. Hoe steken het leven, de aarde en het heelal in elkaar? Hoe merkwaardig is het dat gebeurtenissen uit het verleden het menselijke gedrag bepalen. Hoe merkwaardig is het dat zaken uit mijn jeugd mij als persoon nog steeds beïnvloeden. Blijkbaar heeft het geheugen een ontzaglijke kracht.

Hoe merkwaardig ook dat we over de toekomst kunnen nadenken. Wat is dat toch met de verbeeldingskracht dat we ons daar een voorstelling van kunnen maken?

Met het verouderen is het onderwerp vanzelf op mijn pad gekomen. Hoeveel tijd is reeds voorbij? Hoeveel rest er nog?

Zeker is dat ik moeite heb met ‘mij te herinneren’. De dagen en de dingen gaan zo snel. De tijd vastleggen, door die te beschrijven of door erbij stil te staan tijdens projecten die honderd dagen duren, helpt me daarbij. Achteraf kan ik de tekst en de beelden opnieuw bekijken. (Ik verwijs graag naar de honderd-dagen-projecten te vinden op Instagram of www.lucvandromme.be)

Ik beschouw tijd niet als een rechte lijn, maar als een ruimte waarin heden, verleden en toekomst voortdurend in elkaar overlopen. In Tussen de dagen bewegen de twee tijdslagen — 2010 en de 16e eeuw — niet lineair naast elkaar, maar spiegelen, herhalen en vervormen elkaar. Ik nodig de lezer uit om tijd te beleven als een meervoudig en circulair fenomeen.

Daarnaast ben ik geboeid door ‘ontwikkelingen’. Geneeskunde, wetenschap, techniek, politiek, kunst en zovele andere gebieden. Het menselijke vernuft is in staat tot fascinerende dingen. Door de inspanningen van onze voorouders leven we nu zoals we leven. We kunnen ons afvragen wat wij zullen bijdragen.

In ‘De leerling-snijder’ onderzoeken de anatomen uit de zeventiende eeuw het borstbeen. Sommige onder ons hebben een bobbel op hun borstbeen, andere een putje. Hoe komt dat? Wat is de diepere betekenis daarvan?

In ‘De buitengewone werken van de familie Alvarez’ vraagt het hoofdpersonage zich af wat er honderd jaar later gebeurd is op het eiland waar Robinson Crusoe aanspoelde. Is het nog verlaten? Op zijn zoektocht komt hij in aanraking met de prille fotografie. Een ontdekking die het mogelijk maakt om de werkelijkheid vast te leggen.

In ‘Omwille van de soort’ keer ik de tijd om. Het verhaal speelt zich af in 2222.  Hoe zal de gewone mens dan leven? Wat zal hij doen? Hoe zal hij zich kleden. Wat zal hij eten? Hoe zal het klimaat evolueren? Wat met de wereldpolitiek?

In alles ben ik op zoek naar hoe de mens zich daarmee verhoudt. Een onderzoek naar de identiteit en de menselijke relaties. Ik ben geboeid door interculturaliteit, man-vrouwverhoudingen en de plaats van de zwakkere.

Schrijver van de week. Dag 4.

Elk boek waaraan ik werk, nestelt zich in elk van mijn celkernen. Tot in het diepste nanodeeltje. 

Aldoor, almaar, bestendig, blijvend, constant, continu, gedurig, gestaag, non-stop, onafgebroken, onophoudelijk, gestaag, steeds, volhardend, voortdurend.  

Pas wanneer het boek helemaal klaar is en het er daadwerkelijk ‘ligt’, kan ik het loslaten. Het lijkt op de creatie van een beeldhouwer: een langdurig proces dat eindigt bij het overeind zetten van de sculptuur. Schrijven is een geduldoefening die concentratie en vooral doorzetting vereist. Ik heb geleerd dat het brein (het onderbewustzijn) tijdens de nacht gewoon verder gaat. Creëren gebeurt altijd. 

Het is nooit vrijblijvend. 

Niets verlaat de tijd heeft me inhoudelijk bij mijn nekvel gegrepen. Ik wou mijn verleden en mijn afkomst onderzoeken. Wie zijn de mensen op wiens schouders ik sta? In hoever gelijk ik op hen? Ik zag het boek als een soort afscheid en tegelijk als een eerbetoon aan mijn overleden vader. Tegelijk als een soort dankbetuiging aan alle personen uit mijn vroege jeugd. 

Tussen de dagen had me minstens even sterk beet. Ik wou een onderzoek voeren naar de betekenis van de tijd en de plaats van een persoon daarin. Wat betekent het om deze tijd op aarde door te brengen? Wat kan een persoon bijdragen?  

Ik hoop dat ik nog dergelijke boeken kan maken.

Schrijver van de week. Dag 3.

Ik ben een honderdman. Ik laat me graag leiden door het getal 100. ‘Op 1 januari 1997 startte ik met het maken van ‘visuele dagboeken’. Gedurende 100 dagen doe ik elke dag een kleine ingreep. Op die manier probeer ik de tijd vast te leggen. De handelingen kan ik later opnieuw bekijken. Ze helpen me bij het herinneren.’ (uit 100 dagen Insomnia). Ik heb ontdekt dat acties uit het beeldende werk het schrijven bevorderen. En dat het schrijven ideeën geeft om beeldend aan de slag te gaan. Hetzelfde met zingen en muziek maken.

Ik vergelijk het schrijven van een boek graag met het creëren van een kunstwerk. Het is een langdurig proces (gemiddeld drie jaar) waarbij ik ‘methodes’ zoek om mezelf te blijven uitdagen. Ik zoek open en onvoorspelbare systemen die mijn verwondering en mijn goesting prikkelen. Zo bracht ik voor ‘Omwille van de soort’ vijftien personen bijeen en liet ik ze vrij brainstormen over de vraag hoe het leven in 2222 er zal uitzien. Ik gebruikte enkel de door hen aangebrachte ideeën om het boek te schrijven. Voor ‘Niets verlaat de tijd’ verplichtte ik mezelf om mijn honderd oudste herinneringen op te schrijven. Daarnaast interviewde ik mijn vader en reed ik hem naar de voor hem belangrijkste plaatsen uit zijn leven. Ik verzamelde familieportretten en noteerde de verhalen die in de familie de ronde deden. Voor ‘Tussen de dagen’ wou ik een echte jazzimprovisatie maken. Twee afzonderlijke verhalen die in een slotakkoord samen kwamen.

Vooraf maak ik nooit schema’s. Nooit weet ik waar een boek me naartoe zal leiden. Ik heb geleerd om te vertrouwen.  

Ik probeer telkens een ander boek te schrijven. Ik wil graag de lezer verrassen. Ik hou van de vraag: ‘Wat heb je nu weer geschreven?’ 

Ik heb het geluk dat ik geen rituelen nodig heb. Eigenlijk kan ik overal schrijven: thuis, op café, op een bank in de stad… Ik kan me gemakkelijk mentaal afsluiten. Schrijven ervaar ik als: ‘het eten van een gebakje’.  

Een boek moet snel en filmisch zijn. Wringen en wrijven. Onaf waardoor de lezer verplicht wordt mee te denken. Een eenvoudige taal. Een weldoordachte stijl. Toeslaan en laten beklijven. 

Schrijver van de week. Dag 2.

Natuurlijk schreef ik als puber en adolescent poëzie en liedjesteksten. Ik verzorgde bijdragen voor tijdschriften en waagde me aan toneelteksten. Meer dan vingeroefeningen waren dat niet.

Na mijn studie volgde ik kunstopleidingen. Het schilderen, fotograferen en beeldhouwen werd mijn leven. De muziek raakte op de achtergrond.

Bij toeval kwam het schrijven op mijn pad.

Voor ‘Het oog van Maria Concepcion’ had ik foto’s nodig. Nee, omgekeerd. Halverwege de negentiger jaren was ik bezig met straatfotografie. Bij de portretten ontstonden vanzelf verhalen.

Ik ontdekte dat schrijven leek op het eten van een gebakje: ik was verkocht. Net als uitgeverij De Geus.

In die periode werkte ik in het kunstenaarscollectief N.V.n.v. We zetten een kunstproject op waarin Vincent Van Gogh centraal kwam te staan. Naast de foto’s waren er brieven nodig. Ik ontdekte hoe heerlijk het was om de verschillende disciplines te integreren.

Zovele boeken later beschouw ik de verschillende kunstdisciplines toch weer als meer afzonderlijke dingen. Schrijven is een totaal ander proces dan schilderen of muziek maken. Elk vereist eigen technieken en onderzoek. Toch vormen ze voor mij één onlosmakelijk geheel. Als vingers aan dezelfde hand. 

In elk kan ik een eigen creativiteit vrijlaten. Telkens gaat het over het scheppen van beelden en sferen. Schrijven gaat over ‘de diepte opzoeken’. Bij het zingen gaat het om ‘het directe contact met het publiek’. Bij het beeldende werk gaat het over ‘overbrengen van een poëtische sensatie’. 

Schrijver van de week. Dag 1

‘Ik heb een zuster en een broer. Die kun je niet kiezen.

   Omdat ze ouder zijn, zijn ze eerder uit de hemel gevallen. Van een andere ster nedergedaald, want ze zijn anders. Mag dat? Mag een familie vanuit verschillende hoeken van het heelal worden gelanceerd? Komen zij van de maan en ik van een lichtgevende planeet? Daarin verschillen we. Zij zijn donker, terwijl ik binnenin iets zie schijnen. Een vonk eeuwigheid die normaal bij een geboorte vanzelf dooft. Ze zit onder mijn huid en zet me in beweging. Met een aandrijving die ze op de maan missen. Daar is alles traag. Stil. Soms furieus. Meestal droog en ernstig.

    God moet er zijn Hand in hebben. Waarom stuurde Hij anders zijn Engelen? Ik moet iets bijzonders zijn dat Hij zich deze moeite heeft getroost.

   Het is eersteklas om dit te beseffen. Het leven is mij gegeven. Zomaar. Ondanks de onwillige schoot die me droeg. Er is geen grootser geschenk. Dit bestaan is van Hogerhand gearrangeerd.

   Vrij neem ik volle ademteugen.

   De Aarde is mij gegeven. De wolken. De lucht. De zonnewarmte. Alle geuren. Elke schakering. Dit lichaam. Deze Tijd. 

   Draag ik het Goddelijke in mij?

   Ben ik van God?

   Ik zal leven.’

(uit Niets verlaat de tijd)

Bij toeval is het schrijven op mijn pad gekomen. Als kind wou ik ‘Mozart’ worden.

‘Ik start vandaag. Een componist heeft geen tijd te verliezen.’ (uit Niets verlaat de tijd.)

Ik moet je meenemen naar de bieten- en maïsvelden. Naar waar Tiegemberg glooit. Waar het huis met het indrukwekkende raam uitziet over het zwerk en het wrochten.

Bij toeval vonden we halverwege de tachtiger jaren een woning in Anzegem. Een oude boerderij naast de Landergemmolen. Twee stadsmensen uit Kortrijk. Een haast antropologische expeditie.

Van waar we tussen de schapen over de veldwegen uitkeken, zagen we het beroemde venster van het Lijsternest. Daarachter had de kolossale Stijn Streuvels geschreven. Het stond bekend dat hij dagelijks tussen de akkers stapte. Honderden keren zouden we dezelfde wegels bewandelen. Ze werkten als een magneet. Ook zijn werk.

Hoe kon het dat iemand zich in het onbenullige Ingooigem met woorden bezighield? Hoe kon een persoon zich tussen het landbouwgeweld wijden aan zoiets onnodigs? Waarom koppig de taal vernieuwen wanneer de Schepping arbeid vraagt?

Ik las ‘De oorlogsdagboeken’ uit de eerste Wereldoorlog en ging overstag. Waar ik voorheen overging, werd iets onomkeerbaars. Wat begonnen was met de grote internationale helden werd iets van dichtbij. Het was mogelijk om op de eigen grond en in de eigen kleine taal te creëren.

Ondertussen hebben we de voet van de heuvel verlaten. Het graan, de maïs en de spruiten verschillen. Wat blijft, is de onverzettelijkheid. De dankbaarheid voor het devies van het grote toonbeeld: ‘Nulla dies sine linea.’ Geen dag zonder een lijn te schrijven.

Misschien mezelf toch even voorstellen?

1 Belg, geboren in Kortrijk – 64 jaar – 1m69 – 1 echtgenote – 3 dochters – 1OOman – gemiddelde lichaamstemperatuur 37,1°C – 10.000 volt – 40 jaar Oostende Oh la la la – 1OOden jazzstandards, chansons, popsongs en bluesnummers om te zingen – 1 pasta a day – ontelbare verftubes en canvasdoeken – 8 romans – 24 uren op een dag – steeds groter wordend voorhoofd – 70 kilometer perfecte fietsafstand – 0 tot 1 glas alcohol – 2 kleindochters om verliefd op te zijn – 1 liefhebber van de kievit – 3 koppen koffie per dag – het 7-uur journaal – 90 minuten schrijfconcentratie – 100dagen projecten sinds 1997 – slechts 1 leven – 2 goede handen, behalve waar het elektriciteit, motoren, sanitair, houtverbindingen en mechanische mini-onderdelen betreft – 1 huis tussen de velden –1 piano voor slechts 10 vingers – 1 nog in leven zijnde moeder – 1 Gmin7 – 1000 en meer bloemen rondom – 10.000 stappen onder de wolken – 1 dankbare persoon voor alles wat op het pad komt 

Vereniging voor West-Vlaamse schrijvers.

Welk boek of welke dichtbundel van een West-Vlaamse auteur heeft je geraakt, heb je erg graag gelezen? Of aan welk boek van een West-Vlaamse auteur bewaar je een bijzondere herinnering?

Ik weet het: wat volgt is oubollig en stoffig. Evident dat er Bart Moeyaert, Lara Taveirne, Jan Vantoortelboom, Peter Terrin, David van Reybrouck, Peter Verhelst en Maud Vanhauwaert zijn. Toch moet ik je meenemen naar de bieten- en maïsvelden. Naar waar Tiegemberg glooit. Waar het huis met het indrukwekkende raam uitziet over het zwerk en het wrochten.
Bij toeval vonden we halverwege de jaren ‘80 een woning in Anzegem. Een oude boerderij naast de Landergemmolen. Twee stadsmensen uit Kortrijk. Een haast antropologische expeditie.

Van waar we tussen de schapen over de veldwegen uitkeken, zagen we het beroemde venster van het Lijsternest. Daarachter had de kolossale Stijn Streuvels geschreven. Het stond bekend dat hij dagelijks tussen de akkers stapte. Honderden keren zouden we dezelfde wegels bewandelen. Ze werkten als een magneet. Ook zijn werk.
Hoe kon het dat iemand zich in het onbenullige Ingooigem met woorden bezighield? Hoe kon een persoon zich tussen het landbouwgeweld wijden aan zoiets onnodigs? Waarom koppig de taal vernieuwen wanneer de Schepping arbeid vraagt?
Ik las de Oorlogsdagboeken uit de Eerste Wereldoorlog en ging overstag. Waar ik voorheen losjes overging, werd iets onomkeerbaars. Wat begonnen was met de grote internationale helden werd iets van dichtbij. Het was mogelijk om op de eigen grond en in de eigen kleine taal te creëren.
Ondertussen hebben we de voet van de heuvel verlaten. Het graan, de maïs en de spruiten verschillen. Wat blijft, is de onverzettelijkheid. De dankbaarheid voor het devies van het grote toonbeeld: ‘Nulla dies sine linea.’

Welke West-Vlaamse schrijver of welk boek van een West-Vlaming ontsnapte volgens jou aan de verdiende aandacht?

Zangers zijn dichters. Vertellers zijn romanciers.
Een boek is een boek. Wanneer de taal wordt gesproken, bestaat ze. Echt.
We hebben geluk met Flip Kowlier, Brihang en Wannes Cappelle. Hun ritmes en melodieën bestendigen. Hun woorden zeggen wie we zijn. Hun klanken zijn ons praten. Direct. Met kabaal en geweld. Muziek van ons hart.
Verhalen gaan breder. Dieper en omvangrijker. Uitvoeriger getuigen ze over onze ziel.
Hierin is hij een reus. Zegsels zoals wij ze alhier bezigen. Schateren en snikken. Echtheid van het dagelijkse. Humor en verdraaiingen. Schellekes en slimme gedachten. Midden in de kern. Merci vader en moeder. Merci kinders en alle gekende volwassenen uit de jeugd. Merci Wouter Deprez. Merci voor jouw boeken. Maar nog een grotere merci voor jouw gesproken literatuur.

Welke mooie zin, alinea, uitspraak, quote… van een West-Vlaamse schrijver vergeet je nooit?

Ik ben slecht in citaten. Wanneer ik ze tegenkom, kan ik genieten. Onthouden is iets anders.
Toch is er die ene zin.

‘Oh la la la.’

Welke levensvreugde en kracht. Welke gebalde verwondering. Welk vertrouwen in het oneindige positieve. Het zijn als geschenk. Het leven dat geleefd mag worden. Met volle energie.
Deze kreet gaat verder dan de diepste levensbeschouwing. Hij is filosofie. Met vier woorden wordt de kern van de literatuur, de poëzie en de hele kunst onthuld. Kan het bestaan in deze tijd, op deze plek, in dit zonnestelsel helderder worden ontrafeld?
‘C’est magnifique’ mag toegevoegd worden, maar het hoeft niet. Iedereen begrijpt deze Franse woorden. Iedereen vormt ze spontaan.
Bedankt Arno. Alle wereldburgers begrijpen jouw wijsheid. Niet alleen als zanger was je een mijlpaal. De toekomstige generaties zullen je blijven citeren.

Welk boek of welke dichtbundel van jezelf (of van een ander) wil je graag aanprijzen aan de lezers?

Natuurlijk is het recentste boek datgene dat het luidst om aandacht schreeuwt. In het nieuwste project is de persoon in zijn jongste zijn aanwezig. Daarin heeft de creativiteit haar laatste vorm aangenomen. Het is duidelijk dat Tussen de dagen op de lezer moet worden losgelaten.
Maar wat dan met Niets verlaat de tijd? Is dat geen beter boek om de auteur te leren kennen? Zijn roots? Zijn stijl? Zijn artistiek zoeken?
Een bijzonder project dat leidde tot verhalen die bedoeld zijn om als monologen op de planken te brengen. Een levensechte reis door de tijd. Een waarachtige familiegeschiedenis van overlevers. Een universele kroniek die twee eeuwen beslaat en uitstijgt uit de West-Vlaamse klei.
‘Op een bepaald ogenblik kun je je levensvragen niet langer ontwijken, dan blijven ze etteren. Doe je dit niet, dan ben je verplicht om je moed te vergaren.
De strijd aangaan. Met durf, dapperheid en kracht.
Onderzoeken leidt tot onverwachte en vaak ongewilde resultaten.
Je moet ontwarren en het raadsel in de ogen kijken.
‘Wie ben ik? Van waar kom ik? Hoe komt het dat ik ben zoals ik ben?’
Genen worden van generatie op generatie doorgegeven. Telkens wijzigen ze een beetje, maar in hun kern blijven ze quasi identiek.
Welke sporen zijn er bij mijn voorouders te vinden? Karaktertrekken. Talenten. Levenskeuzes. Zaken die een licht werpen. Die, wanneer je ze bundelt, mezelf kunnen voorspellen?
Dit is geen kroniek over koningen, veroveraars, legeraanvoerders of vrome heiligen. Het is het verhaal van eenvoudige lieden. Mijn voorvaderen.
Ik heb hun lijn gekozen. Een man zoekt zijn mannelijke eigenschappen. Hoewel ze minstens even cruciaal zijn, komen mijn voormoeders zijdelings in beeld. Behalve wanneer ze de dochter is van iemand die de geschiedenis fout inschat.
Zoals in elke familie het geval is, kende de onze gewone en bijzondere personen. Grote en kleine zielen. Reislustige avonturiers. Ondernemers. Landarbeiders. Kunstenaarsharten. Liefhebbende echtgenoten.
Ze groeiden op. Droomden. Hadden lief. Zondigden. Stichtten. Overwonnen. Zochten vervulling.
In hun tijd. Tijdens hun wentelen van de wereldgeschiedenis. Tijdens oorlogen en periodes van onbezorgde voorspoed.’

Page 1 of 4

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén