Luc Vandromme

acties

Page 3 of 45

Vereniging voor West-Vlaamse schrijvers.

Welk boek of welke dichtbundel van een West-Vlaamse auteur heeft je geraakt, heb je erg graag gelezen? Of aan welk boek van een West-Vlaamse auteur bewaar je een bijzondere herinnering?

Ik weet het: wat volgt is oubollig en stoffig. Evident dat er Bart Moeyaert, Lara Taveirne, Jan Vantoortelboom, Peter Terrin, David van Reybrouck, Peter Verhelst en Maud Vanhauwaert zijn. Toch moet ik je meenemen naar de bieten- en maïsvelden. Naar waar Tiegemberg glooit. Waar het huis met het indrukwekkende raam uitziet over het zwerk en het wrochten.
Bij toeval vonden we halverwege de jaren ‘80 een woning in Anzegem. Een oude boerderij naast de Landergemmolen. Twee stadsmensen uit Kortrijk. Een haast antropologische expeditie.

Van waar we tussen de schapen over de veldwegen uitkeken, zagen we het beroemde venster van het Lijsternest. Daarachter had de kolossale Stijn Streuvels geschreven. Het stond bekend dat hij dagelijks tussen de akkers stapte. Honderden keren zouden we dezelfde wegels bewandelen. Ze werkten als een magneet. Ook zijn werk.
Hoe kon het dat iemand zich in het onbenullige Ingooigem met woorden bezighield? Hoe kon een persoon zich tussen het landbouwgeweld wijden aan zoiets onnodigs? Waarom koppig de taal vernieuwen wanneer de Schepping arbeid vraagt?
Ik las de Oorlogsdagboeken uit de Eerste Wereldoorlog en ging overstag. Waar ik voorheen losjes overging, werd iets onomkeerbaars. Wat begonnen was met de grote internationale helden werd iets van dichtbij. Het was mogelijk om op de eigen grond en in de eigen kleine taal te creëren.
Ondertussen hebben we de voet van de heuvel verlaten. Het graan, de maïs en de spruiten verschillen. Wat blijft, is de onverzettelijkheid. De dankbaarheid voor het devies van het grote toonbeeld: ‘Nulla dies sine linea.’

Welke West-Vlaamse schrijver of welk boek van een West-Vlaming ontsnapte volgens jou aan de verdiende aandacht?

Zangers zijn dichters. Vertellers zijn romanciers.
Een boek is een boek. Wanneer de taal wordt gesproken, bestaat ze. Echt.
We hebben geluk met Flip Kowlier, Brihang en Wannes Cappelle. Hun ritmes en melodieën bestendigen. Hun woorden zeggen wie we zijn. Hun klanken zijn ons praten. Direct. Met kabaal en geweld. Muziek van ons hart.
Verhalen gaan breder. Dieper en omvangrijker. Uitvoeriger getuigen ze over onze ziel.
Hierin is hij een reus. Zegsels zoals wij ze alhier bezigen. Schateren en snikken. Echtheid van het dagelijkse. Humor en verdraaiingen. Schellekes en slimme gedachten. Midden in de kern. Merci vader en moeder. Merci kinders en alle gekende volwassenen uit de jeugd. Merci Wouter Deprez. Merci voor jouw boeken. Maar nog een grotere merci voor jouw gesproken literatuur.

Welke mooie zin, alinea, uitspraak, quote… van een West-Vlaamse schrijver vergeet je nooit?

Ik ben slecht in citaten. Wanneer ik ze tegenkom, kan ik genieten. Onthouden is iets anders.
Toch is er die ene zin.

‘Oh la la la.’

Welke levensvreugde en kracht. Welke gebalde verwondering. Welk vertrouwen in het oneindige positieve. Het zijn als geschenk. Het leven dat geleefd mag worden. Met volle energie.
Deze kreet gaat verder dan de diepste levensbeschouwing. Hij is filosofie. Met vier woorden wordt de kern van de literatuur, de poëzie en de hele kunst onthuld. Kan het bestaan in deze tijd, op deze plek, in dit zonnestelsel helderder worden ontrafeld?
‘C’est magnifique’ mag toegevoegd worden, maar het hoeft niet. Iedereen begrijpt deze Franse woorden. Iedereen vormt ze spontaan.
Bedankt Arno. Alle wereldburgers begrijpen jouw wijsheid. Niet alleen als zanger was je een mijlpaal. De toekomstige generaties zullen je blijven citeren.

Welk boek of welke dichtbundel van jezelf (of van een ander) wil je graag aanprijzen aan de lezers?

Natuurlijk is het recentste boek datgene dat het luidst om aandacht schreeuwt. In het nieuwste project is de persoon in zijn jongste zijn aanwezig. Daarin heeft de creativiteit haar laatste vorm aangenomen. Het is duidelijk dat Tussen de dagen op de lezer moet worden losgelaten.
Maar wat dan met Niets verlaat de tijd? Is dat geen beter boek om de auteur te leren kennen? Zijn roots? Zijn stijl? Zijn artistiek zoeken?
Een bijzonder project dat leidde tot verhalen die bedoeld zijn om als monologen op de planken te brengen. Een levensechte reis door de tijd. Een waarachtige familiegeschiedenis van overlevers. Een universele kroniek die twee eeuwen beslaat en uitstijgt uit de West-Vlaamse klei.
‘Op een bepaald ogenblik kun je je levensvragen niet langer ontwijken, dan blijven ze etteren. Doe je dit niet, dan ben je verplicht om je moed te vergaren.
De strijd aangaan. Met durf, dapperheid en kracht.
Onderzoeken leidt tot onverwachte en vaak ongewilde resultaten.
Je moet ontwarren en het raadsel in de ogen kijken.
‘Wie ben ik? Van waar kom ik? Hoe komt het dat ik ben zoals ik ben?’
Genen worden van generatie op generatie doorgegeven. Telkens wijzigen ze een beetje, maar in hun kern blijven ze quasi identiek.
Welke sporen zijn er bij mijn voorouders te vinden? Karaktertrekken. Talenten. Levenskeuzes. Zaken die een licht werpen. Die, wanneer je ze bundelt, mezelf kunnen voorspellen?
Dit is geen kroniek over koningen, veroveraars, legeraanvoerders of vrome heiligen. Het is het verhaal van eenvoudige lieden. Mijn voorvaderen.
Ik heb hun lijn gekozen. Een man zoekt zijn mannelijke eigenschappen. Hoewel ze minstens even cruciaal zijn, komen mijn voormoeders zijdelings in beeld. Behalve wanneer ze de dochter is van iemand die de geschiedenis fout inschat.
Zoals in elke familie het geval is, kende de onze gewone en bijzondere personen. Grote en kleine zielen. Reislustige avonturiers. Ondernemers. Landarbeiders. Kunstenaarsharten. Liefhebbende echtgenoten.
Ze groeiden op. Droomden. Hadden lief. Zondigden. Stichtten. Overwonnen. Zochten vervulling.
In hun tijd. Tijdens hun wentelen van de wereldgeschiedenis. Tijdens oorlogen en periodes van onbezorgde voorspoed.’

Brugge leest

Het omgekeerde interview met auteur Luc Vandromme

2 juli 2025

Toen ik Tussen de dagen, het laatst verschenen boek van Luc Vandromme las dacht ik dat een interview voor Brugge Leest wel op zijn plaats zou zijn. Maar online was reeds zoveel te vinden dat ik mij afvroeg of een verrassend interview nog wel mogelijk was…

Tekst: Griet Deconinck

Wat is een omgekeerd interview?

Toen ik Tussen de dagen, het laatst verschenen boek van Luc Vandromme las dacht ik dat een interview voor Brugge Leest wel op zijn plaats zou zijn. Maar online was reeds zoveel te vinden dat ik mij afvroeg of een verrassend interview nog wel mogelijk was..

Dus ik dacht laten we de rollen dan even omkeren. Wat als we de creatieve duizendpoot zelf vroegen om 4 items of onderwerpen uit te kiezen waarvan hij zelf graag zou hebben dat de lezers dit wisten over zijn leven, werk, boeken en projecten?

De auteur geeft mij de antwoorden vooraf. En achteraf zoek ik er de gepaste vragen bij. Het leek een gek idee. Maar toen ik deze format aan hem voorstelde was ik verrast dat hij het een verrassend omgekeerde vraag vond. Spannend!

De antwoorden op de ongestelde vragen kwamen er al na een week . Dan begon mijn taak: aan het inschatten en formuleren van de vragen beginnen.

En zoals het in een Omgekeerd interview past, stel ik Luc pas op het einde kort aan jullie voor.

Tijd en vooral het verloop ervan, spelen een belangrijke rol in je boeken en projecten. Verleden, heden en toekomst lijken onlosmakelijk met elkaar verbonden, zelfs over generaties heen. Hoe komt het dat de tijd letterlijk zo aan jou trekt?

Tijd fascineert me. Een net zo fascinerende gedachte is dat nu het gevolg is van vroeger. Hoe steken het leven, de aarde en het heelal in elkaar? Hoe merkwaardig is het dat gebeurtenissen uit het verleden het menselijk gedrag bepalen? Hoe merkwaardig is het dat zaken uit mijn jeugd mij nog steeds beïnvloeden? Blijkbaar heeft het geheugen een ontzaglijke kracht. Hoe merkwaardig ook dat we over de toekomst kunnen nadenken. Wat is dat toch met de verbeeldingskracht dat we ons daar een voorstelling van kunnen maken?

Met het verouderen is het onderwerp vanzelf op mijn pad gekomen. Hoeveel tijd is reeds voorbij? Hoeveel rest er nog? Zeker is dat ik moeite heb met ‘mij te herinneren’. De dagen en de dingen gaan zo snel. De tijd vastleggen, door die te beschrijven of door erbij stil te staan tijdens projecten die honderd dagen duren, helpt me daarbij. Achteraf kan ik de tekst en de beelden opnieuw bekijken. (Kijk eens naar de honderd-dagen-projecten te vinden op www.lucvandromme.be)

Hoe komen je boeken tot stand? Vanwaar komt de inspiratie? Wat prikkelt jou bij het schrijven en maakt wat je schrijft tot een goed boek?

Ik vergelijk het schrijven van een boek graag met het creëren van een kunstwerk. Het is een langdurig proces (gemiddeld drie jaar) waarbij ik ‘methodes’ zoek om mezelf te blijven uitdagen. Ik zoek open en onvoorspelbare systemen die mijn verwondering en mijn goesting prikkelen. Zo bracht ik voor Omwille van de soort vijftien personen bijeen en liet ik ze vrij brainstormen over de vraag hoe het leven in 2222 er zal uitzien. Ik gebruikte enkel de door hen aangebrachte ideeën om het boek te schrijven. Voor Niets verlaat de tijd verplichtte ik mezelf om mijn honderd oudste herinneringen op te schrijven. Daarnaast interviewde ik mijn vader en reed ik hem naar de voor hem belangrijkste plaatsen uit zijn leven. Ik verzamelde familieportretten en noteerde de verhalen die in de familie de ronde deden. Voor Tussen de dagen wou ik een echte jazzimprovisatie maken.

Vooraf maak ik nooit schema’s. Nooit weet ik waar een boek me naartoe zal leiden. Ik heb geleerd om te vertrouwen. Ik probeer telkens een ander boek te schrijven. Ik wil graag de lezer verrassen. Ik hou van de vraag: ‘Wat heb je nu weer geschreven?’

Ik heb het geluk dat ik geen rituelen nodig heb. Eigenlijk kan ik overal schrijven: thuis, op café, op een bank in de stad… Ik kan me gemakkelijk mentaal afsluiten. Schrijven ervaar ik als: ‘het eten van een gebakje’.

Een boek moet snel en filmisch zijn. Wringen en wrijven. Onaf waardoor de lezer verplicht wordt mee te denken. Een eenvoudige taal. Een weldoordachte stijl. Toeslaan en laten beklijven.

Hoezeer ben jij in de ban van het schrijven van een boek voor het in de winkel ligt? Wat betekent de fase van het schrijven voor jou?

Elk boek waaraan ik werk, nestelt zich in elk van mijn celkernen. Tot in het diepste nanodeeltje.

Aldoor, almaar, bestendig, blijvend, constant, continu, gedurig, gestaag, non-stop, onafgebroken, onophoudelijk, steeds, volhardend, voortdurend.

Pas wanneer het boek helemaal klaar is en het er daadwerkelijk ‘ligt’, kan ik het loslaten. Het lijkt op de creatie van een beeldhouwer: een langdurig proces dat eindigt bij het overeind zetten van de sculptuur. Schrijven is een geduldoefening die concentratie en vooral doorzetting vereist. Ik heb geleerd dat het brein (het onderbewustzijn) tijdens de nacht gewoon verder gaat. Creëren gebeurt altijd. Het is nooit vrijblijvend.

Niets verlaat de tijd heeft me inhoudelijk bij mijn nekvel gegrepen. Ik wou mijn verleden en mijn afkomst onderzoeken. Wie zijn de mensen op wiens schouders ik sta? In hoever gelijk ik op hen? Ik zag het boek als een soort afscheid en tegelijk als een eerbetoon aan mijn overleden vader. Tegelijk als een soort dankbetuiging aan alle personen uit mijn vroege jeugd.

Tussen de dagen had me minstens even sterk beet. Ik wou een onderzoek voeren naar de betekenis van de tijd en de plaats van een persoon daarin. Wat betekent het om deze tijd op aarde door te brengen? Wat kan een persoon bijdragen?

Ik hoop dat ik nog dergelijke boeken kan maken.

Je bent een vuurwerk van creativiteit. Je bent auteur, beeldend kunstenaar, jazzzanger en creëert installaties of andere projecten. Hou je je verschillende vormen van artistieke expressie gescheiden of beïnvloeden ze elkaar?

Ik beschouw de verschillende kunstdisciplines als afzonderlijke dingen. Schrijven is een totaal ander proces dan schilderen of muziek maken. Elk vereist eigen technieken en onderzoeksdaden. Toch vormen ze voor mij één onlosmakelijk geheel. Als vingers aan dezelfde hand.

In elk kan ik een eigen creativiteit vrijlaten. Telkens gaat het over het scheppen van beelden en sferen. Schrijven gaat over ‘de diepte opzoeken’. Bij het zingen gaat het om ‘het directe contact met het publiek’. Bij het beeldende werk gaat het over ‘overbrengen van een poëtische sensatie’.

Natuurlijk zijn de disciplines niet volledig van elkaar gescheiden. In Tussen de dagen hanteer ik technieken uit de jazzmuziek. In mijn beeldend werk duiken steeds meer tekstelementen op. Ik vind dit merkwaardig en tegelijk aangenaam.

Even voorstellen… Wie is Luc Vandromme?

Luc Vandromme (°1961) is een Belgisch kunstenaar en schrijver uit Pittem. Hij is actief als auteur, pedagoog, beeldend kunstenaar, fotograaf en jazzzanger. Thema’s als tijd, identiteit en relaties keren dikwijls terug in zijn werk. Vaak werkt hij multidisciplinair: tekst, beeld, video en muziek vloeien samen. Zijn stijl is poëtisch, filosofisch en reflectief. Cultuur is voor hem een levensnoodzakelijke kracht. Hij wil met zijn kunst raken en aanzetten tot nadenken.

Kunstletters: youseemesee

Te vinden in het tijdschrift ‘Kunstletters’ van april 2025.
Welke eer!

Een gerespecteerde plaats in de Nederlandstalige literatuur.

Luc Vandromme heeft een gerespecteerde plaats in de Nederlandstalige literatuur, vooral vanwege zijn vermogen om menselijke emoties en relaties op een authentieke en diepgaande manier te verkennen. Zijn werk wordt vaak geprezen om de emotionele diepgang en de introspectieve aard, waardoor hij een unieke stem heeft binnen de literaire wereld. Hoewel hij misschien niet zo bekend is als enkele van de grote namen in de Nederlandstalige literatuur, draagt zijn werk bij aan de rijke traditie van literaire fictie die persoonlijke en maatschappelijke thema’s onderzoekt. Zijn boeken spreken lezers aan die geïnteresseerd zijn in verhalen die de complexiteit van het menselijk bestaan belichten.

Bedankt, bibliotheken.

Tussen de dagen: trailer

Uit de reeks ‘Primavebarium’.

Ik ben helaas getroffen door klierkoorts. Wreed virus. Verplichte rust. Enkel in staat om in een straal van 100m rond mijn huis de lente te zien. Van elke bloeiende plant of boom maak ik een afdruk. Daarvoor heb ik net voldoende energie. Een herbarium van de Pittemse primavera.

Uit de reeks ‘100 dagen. Alleen de gravitatie blijft bestaan.’

Uit de reeks ‘100 dagen. Het onzichtbare zichtbaar maken.’

Uit de reeks ‘100 dagen. Meneer Vandromme kuist zijn lei af.’

Alleen in de AI heerst er vrede in de bezette gewesten. (Merci Emiel Claus.)

Page 3 of 45

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén