Dames en heren,
Beste vrienden van Luc en Trui
Maanden geleden nodigde Luc me uit om het werk van hem en dat van zijn vrouw Trui te zien. Ik ging met plezier. Nooit had ik evenwel gedacht dat ik pas een half etmaal later zou buitenkomen, met een indigestie aan beelden, diepgaande gesprekken en het gevoel verschrikkelijk veel tijd en streekbieren te kort te schieten.
Luc werd 65n en hij wou wel eens tonen wat hij allemaal uitvlooit, alleen en samen met zijn vrouw Trui. En dat is nogal wat. Schrijven, onderzoeken, vertellen en fabuleren, video’s en foto’s maken, warm water uitvinden, performances, keramiek, schilderen en tussendoor, jawel, ook nog ademen, zo nu en dan. Of ik zo’n expo niet wou cureren? Straffe vraag. Ik wist namelijk wat zou komen. Want ‘cureren’, dames en heren, is een duur woord voor kiezen, selecteren, uitzuiveren. Ik voelde meteen; onbegonnen werk bij deze kerel. ‘Less is more’ klinkt belachelijk, als je zoals hem door die talloze facetoogjes de wereld inkijkt, zowel voor- als achteruit. Ik cureerde dus niet, zei ook niet uitdrukkelijk neen en ik liet Luc doen. Eerlijk gezegd: uiteindelijk cureerde Luc ook nauwelijks, waardoor u zich straks in een onuitputtelijke grot van Alibaba waant. U bent verwittigd.
Maar kijk, zo hoort het bij dit koppel. Waarom? Een overzichtsexpo is normaal een momentopname. En Luc, noch Trui, hebben genoeg aan één moment. Het zijn eerder een soort tijdreizigers, die de hele geschiedenis als een onverkend oerwoud zien, waarin ze zowel stroomop- als – stroomafwaards op de Amazone van de tijd kunnen varen en aanmeren waar ze maar willen. Want als de ruimte oneindig is, zijn we op elk punt in de ruimte. Als de tijd oneindig is, zijn we op elk moment in de tijd. Als je het zo bekijkt, is de tijd van je overgrootvader even goed die van jou, die van je kinderen even goed die van opa, of wie nog moet geboren worden. Op die oneindige lijn wordt tussen de generaties wordt oneindig veel meer uitgewisseld dan je eerst zou vermoeden. Hoe gebeurt dat?
In ‘De ontdekking van de hemel’, heeft Harry Mulish het over tijd. Weet je wat hij het vreselijkste vond van alle gezegden? “De tijd heelt alle wonden”. Maar het is waar. Er blijft wel altijd een litteken, dat misschien pijn doet als het weer verandert; maar de wond is op een dag geheeld. ‘Als jongen van een jaar of acht’, schreef hij, ‘ben ik eens gestruikeld met een nagelschaartje in mijn handen, dat drong diep in mijn knie en ik weet nog precies hoe ik gilde van de pijn. Net als iedereen heb ik dus een litteken op mijn knie, maar ik zou je nu niet kunnen zeggen, op welke. Jij hebt beslist ook littekens, waarvan je je de wonden niet meer herinnert.’
Ik ben er met Mulish van overtuigd; iedereen heeft die littekens. Op je knie, maar evengoed in je ziel en in je verstand. Wonden die genezen, die je zo nu en dan nog eens voelt. Maar ik zou zelfs verder durven gaan; littekens in je ziel kan je ook erven. Je krijgt ze door van voorbije generaties. Ze bepalen wie je bent en hoe je naar de dingen kijkt en soms doe je er een leven over om te achterhalen waar ze ontstonden. Als kind al was ik er altijd over verwonderd, zelfs door geërgerd, welk een zenuwpees mijn moeder wel kon zijn. Als op zaterdagvoormiddag het eten op stond, terwijl de strijk werd gedaan en net op dat moment kwam ook onaangekondigd bezoek langs en op de koop toe trok ook de groentenboer aan de bel, dan flipte ons moeder totaal. En dan bedoel ik panisch drama, controleverlies, blokkeren. In de zetel zitten, in tranen, met de handen over de oren, alsof ze zo de plotse drukte kon bezweren. Ik wist lang niet hoe dat kwam. Tot mijn dooppeter rond mijn veertigste opheldering bracht. Ik moest weten dat mijn grootvader aan moeders kant, die ik nooit had gekend, zware astma had. Mijn ma was de jongste van drie. Toen grootvader geregeld zo’n aanval kreeg, met uitputtende hoestbuien waarvan hij blauw werd, leek het dikwijls alsof hij erin zou blijven. De inwonende tante greep dan naar de paternoster en begon luid te prevelen. Grootmoeder liep jammerend rond het huis. De hond blafte. De kinderen hadden de daver op het lijf. Mijn moeder, de jongste, begreep daar niets van, maar ze absorbeerde wel alle stress en angst. Ieder gerust ogenblik van kindervreugde kon plots omslaan in paniek. Daarom dus; onvoorziene omstandigheden waren nooit meer aan mijn moeder besteed. Nu ben ik zelf vijftig en ik betrap er mezelf op hoe dat ook in mijn systeem is geraakt. Hoe voorzichtig ik gelukkig ben. Hoe graag ik voorspelbaarheid heb. Hoe ik een hekel heb aan herrie. Heb ik haar litteken misschien meegekregen?
Dames en heren, waarom deze ontboezeming? Als je mij zou vragen waarover het werk van Luc gaat, wel: dan misschien over dat soort fenomenen. Ja zeker, we zijn kind van onze tijd. Maar we zijn even goed kinderen van alle tijden die voor ons geweest zijn en tegelijk vaders en moeders van alle tijden die nog komen. En ergens in die estafette van talloze gewone, kleine verhalen staat Luc. Op zoek naar alle wonden en ook alle vreugde, die hier en daar in de oevers van de tijdsrivier blijven steken, soms kopje onder gaan en verder stroomaf misschien terug gaan boven drijven. Daar bestaat een woord voor. Luc is een kronikeur. Maar dan niet zozeer van de tijd, maar van de ziel. En de ziel, dames en heren, kent nauwelijks grenzen en trekt zich van de volgorde in de tijd bitter weinig aan.
Dus, om zijn werk goed te doen, moet Luc artistieke bokkesprongen maken en uitbundig véél doen en tonen. Oude fotoalbums induiken, nieuwe fotoreeksen maken, reizen verslaan, verhalen optekenen, geheimen ontfutselen, herinneringen puzzelen aan de hand van flarden, archeoloog spelen in zijn hoofd en in dat van zijn voorouders. Hij moet onderzoeken hoe beelden aan elkaar klitten tot het histories of mythes worden. Maar even goed hoe beelden en verhalen met de tijd verflauwen, vervagen en weer uit elkaar vallen. En hij doet dat grondig, gretig, gulzig in wel vijf of zes verschillende media: fotografie, video, schilderend, schrijvend, boetserend en assemblerend. In klank, letters en beeld. Ik kan het onmogelijk overzien, maar ik doe zomaar een losse greep: Soms in één klik proberen om een simpele sprong in de lucht te vangen in een foto, maar dat dan wel een jaar lang volhouden, op ontelbaar verschillende plaatsen en ogenblikken. En dat dan te boek zetten. Samen met Trui talrijke momenten in hun leven fotograferen, elk vanuit hun standpunt. Soms schilderend, tactiel en smeuïg de spirit van Afrika vasthouden of in een paar simpele lijnen de vreugde van een kind vangen die van een oude vakantiefoto spat. Of elders: gezichten van voorouders, extreem wazig, zoals de memorie zelf. Soms speelt hij met de zon, de gids van de tijd aan de hemel. Hij volgt haar parcours in zijn ‘solargraphics‘ met een camera obscura of hij laat haar traagjes beelden etsen op fotogevoelige theezakjes of koffiefilters. Filters voor de ziel zijn dat, denk ik dan, waar samen met het kokende water en moeders cichorei ook verre herinneringen doorsijpelen. Dikwijls ook in keramiek, waarbij zijn vrouw Trui lang niet alleen de geduldige eega is, die al zijn rusteloze bedrijvigheid verdraagt, maar een partner in crime, die mee nadenkt over hoe een beeld, fotografisch of raak getekend, in het glazuur van een kopje of een bord kan opdoemen. Of hoe de stalen helm van één van de voorvaders aan het ijzerfront in porselein even broos en breekbaar kan worden als die voorvaders zelf, toen ze van dat front terugkeerden en voor de rest van hun dagen geheimzinnig zwegen over alles wat niet kon verteld worden. Het is soms aandoenlijk hoe ze als koppel samenwerken en het ego van de kunstenaar ontstijgen. Elkaar versterken. Hoe Trui een nieuwe keramieken werkelijkheid bakt met de rusteloze hersenklei van Luc. Hoe ze borden en tassen maakt voor zijn denkspijs. Of hoe ze elders een machine ontwikkelt die klingelt en zingt over de tijd op de klankschalen. Dat soort wondere dingen ga je hier allemaal zien, dames en heren.
Misschien even over dit huis, dat al even leeg staat. De lieve bewoners zijn gestorven, deel geworden van die eeuwige estafette, waarin generaties de stok van elkaar overnemen. Gemiddelder Vlaams kan een huis niet zijn. Geen stulp, maar ook geen villa. Er woonden geen speciaal arme mensen. Er woonde ook geen jetset, die buitenissige dingen heeft beleefd. Het is een verkavelingshuis zoals zovele, waar je de levens afleest in diverse behangpapieren, kloeke eiken meubelen, rolluiken, faïencekes, een koerke en een pelouse. Het is in die doodgewoonheid van ajuinsaus dat het werk van Luc perfect gedijt. Een gewoon huis van gewone mensen dus. Luc zegt zelf:
Ik kom niet uit een familie van koningen of adel. Ik ben geboeid door het leven van gewone mensen. Hun vraagstukken zijn de echte vraagstukken. De gewone mens ‘maakt de tijd echt mee’. Is erin ondergedompeld. Staat er niet buiten. Hij kan geen afstand nemen in een duur paleis. Hij heeft geen anderen die voor hem het werk doen. Hij is het die de tijd en de werkelijkheid ‘uitvoert’. Anderen kunnen bedenken en plannen (politici, adel, koningen…), het gewone individu realiseert die. Hij staat in de oorlog. Is onderhevig aan de invloed van de kerk. Voelt aan de lijve wat het betekent om arm of rijk te zijn.
Het is waar. Als Luc al koningen portretteert, dan zien ze eruit alsof ze uit een fout prentenboek komen, met bebloede pagina’s. Hij is een beetje meedogenloos voor vorsten en heersers. Hij schildert hun schuld en ijdelheid, draait ze nadien door AI en een 3D-printer, tot ze nog hulpeloze postuurkes zijn. Voor dokters heeft hij meer genade. De helden die TBC, cholera of de pokken uit de wereld hielpen bijvoorbeeld, en er voor gezorgd hebben dat generaties gewone mensen uit de klauwen van microben bleven. Die kregen van hem een gouden aureool.
Dit huis was niet genoeg, het koppel palmde ook nog eens een fabriek in. Eentje waar vroeger ‘homariums’ werden vervaardigd. U kent dat misschien niet: dat zijn glazen bakken waarin kreeften en schaaldieren levend worden gehouden voor restaurants. Ik vond dat een amusante gedachte. Want laat dat nu net de rode draad zijn in deze wondere overvloed: ervaringen, herinneringen, emoties levendig houden en adem geven.
Zou dat kloppen Luc, Trui, is dit een verhaal over de tijd? In dit huis en in een fabriekje, waar de tijd plots is blijven stilstaan. Kan de tijd wel stilstaan? De Oostenrijkse schrijver Alfred Polgar merkte ooit fijntjes op dat zelfs een klok die stilstaat nog tweemaal per dag de juiste tijd aangeeft; men moet er alleen op het juiste moment kijken. Misschien, zo bedenk ik nu, heeft de Franse filosoof Bergson wel gelijk. Hij opperde dat tijd een vals begrip is. De duur, daar gaat het volgens Bergson over. De duur bestaat onophoudelijk. En in het frans klinkt dat nog mooier en zoeter: la durée. Daar kunnen alle ervaringen en herinneringen als kreeften vrij in rondzwemmen. De duur, dames en heren. Ik denk dan altijd aan mijn grootvader, die twee oorlogen meemaakte en hoe langer hoe zwijgzamer werd. Op het eind lurkte hij alleen nog maar eens aan zijn pijp. Soms doorbrak hij de stilte met een raadsel. …Jaja, en azuu… Duren jongentje,… Duren… Duren es nen stad in Duitsland. En toen werd het weer stil voor een uur of twee. Misschien moet ik wel eens naar Duren, om te weten wat daar ooit gebeurd is. Misschien neem ik dan Luc mee, en Trui.
Frederik Van Laere
29/5/2026
Geef een reactie