Tijd fascineert me. Een net zo fascinerende gedachte is dat nu het gevolg is van vroeger. Hoe steken het leven, de aarde en het heelal in elkaar? Hoe merkwaardig is het dat gebeurtenissen uit het verleden het menselijke gedrag bepalen. Hoe merkwaardig is het dat zaken uit mijn jeugd mij als persoon nog steeds beïnvloeden. Blijkbaar heeft het geheugen een ontzaglijke kracht.
Hoe merkwaardig ook dat we over de toekomst kunnen nadenken. Wat is dat toch met de verbeeldingskracht dat we ons daar een voorstelling van kunnen maken?
Met het verouderen is het onderwerp vanzelf op mijn pad gekomen. Hoeveel tijd is reeds voorbij? Hoeveel rest er nog?
Zeker is dat ik moeite heb met ‘mij te herinneren’. De dagen en de dingen gaan zo snel. De tijd vastleggen, door die te beschrijven of door erbij stil te staan tijdens projecten die honderd dagen duren, helpt me daarbij. Achteraf kan ik de tekst en de beelden opnieuw bekijken. (Ik verwijs graag naar de honderd-dagen-projecten te vinden op Instagram of www.lucvandromme.be)
Ik beschouw tijd niet als een rechte lijn, maar als een ruimte waarin heden, verleden en toekomst voortdurend in elkaar overlopen. In Tussen de dagen bewegen de twee tijdslagen — 2010 en de 16e eeuw — niet lineair naast elkaar, maar spiegelen, herhalen en vervormen elkaar. Ik nodig de lezer uit om tijd te beleven als een meervoudig en circulair fenomeen.
Daarnaast ben ik geboeid door ‘ontwikkelingen’. Geneeskunde, wetenschap, techniek, politiek, kunst en zovele andere gebieden. Het menselijke vernuft is in staat tot fascinerende dingen. Door de inspanningen van onze voorouders leven we nu zoals we leven. We kunnen ons afvragen wat wij zullen bijdragen.
In ‘De leerling-snijder’ onderzoeken de anatomen uit de zeventiende eeuw het borstbeen. Sommige onder ons hebben een bobbel op hun borstbeen, andere een putje. Hoe komt dat? Wat is de diepere betekenis daarvan?
In ‘De buitengewone werken van de familie Alvarez’ vraagt het hoofdpersonage zich af wat er honderd jaar later gebeurd is op het eiland waar Robinson Crusoe aanspoelde. Is het nog verlaten? Op zijn zoektocht komt hij in aanraking met de prille fotografie. Een ontdekking die het mogelijk maakt om de werkelijkheid vast te leggen.
In ‘Omwille van de soort’ keer ik de tijd om. Het verhaal speelt zich af in 2222. Hoe zal de gewone mens dan leven? Wat zal hij doen? Hoe zal hij zich kleden. Wat zal hij eten? Hoe zal het klimaat evolueren? Wat met de wereldpolitiek?
In alles ben ik op zoek naar hoe de mens zich daarmee verhoudt. Een onderzoek naar de identiteit en de menselijke relaties. Ik ben geboeid door interculturaliteit, man-vrouwverhoudingen en de plaats van de zwakkere.













Geef een reactie