Arthur Verschelde, de befaamde Foucaultkenner, kreeg de slingerbeweging met de paplepel mee.
Kate is de dochter. Catherine de moeder. Ze is overtuigd dat haar vader dood is. Na het overlijden van haar moeder, ontdekt ze dat haar vader nog in leven is.
Ik heb ook zo'n periode gehad. Ik dacht werkelijk als volgt. Oh, ik ben een jeugdige delinquent. Gelukkig ben ik blijven evolueren. Ik steek mijn broek niet zomaar meer af.
Ik was verliefd op die juffrouw. Ze had wel wratten op haar vingers. Zo gleden de weken vorobij. In diezelfde periode leerde ik bugel spelen. Er was niet het minste heimwee naar haar.
Inderdaad. Ik ben verwend. Moet ik me dan schuldig voelen zonder aardbevingen en underdog-positie? Maar dat zijn zulke grote levensvragen. Daar ga ik niet bij stilstaan.
Het publiek wil wat meemaken. Twee schuifelende oude dametjes met regenkapje. Een jongen zwoegt op de bakfiets. Vijftig seconden ster, meer hoeft niet. Meneer De Bock weet dit al jaren.
Ik was ook geen alledaagse verschijning. Ik liep in het zwart gekleed en liet de nozem in mij volop ontwikkelen. Aan de poort stonden zeven confectienaaistertjes. Voor het beste nam je beter de beste.